Alfabetfietstocht door Friesland-west

We zijn weer thuis. Afgelopen zaterdagochtend hebben we op camping Simmerwille te Earnewâld (zomerse aanrader!) de tent opgeruimd en zijn we via het Makkumse visserijfestival weer naar huis gereden.

Kampeerplaats1

Voor degenen die zich afvragen waar ik het over heb: Gerda en ik hebben een fietstocht door Friesland-west gemaakt. Niet West-Friesland, want dat ligt in Noord-Holland.
Het moest een alfabetrit worden. We zouden de 26 kleinste dorpjes met elk een andere beginletter bezoeken. Voorwaarde voor het bezoek was een kerk of iets dat met een kerk te maken heeft, zoals een klokkenstoel (Ypecolsga) en een toren (Miedum, Tjalhuizum). Als het echt niet anders kon (Quatrebras) waren we tevreden met andere dingen die met kerkgang en leeftijd te maken hebben: een kroeg en een antiekwinkel.

De tocht bestond uit zes rondjes. Lees hier de beschrijving. En hoewel het een vastgesteld plan leek, hebben we op de dag van vertrek toch besloten om de rondjes in een andere volgorde te gaan doen. Dat had te maken met de weersverwachting. Die beloofde de oorspronkelijke planning een natter verloop dan de nieuwe volgorde. Maar we waren sowieso verzekerd van een regenachtige donderdag.
De schilder van de brugpaal in Parrega had de donderdagochtend 15 augustus goed beschreven:

NAT

Gelukkig was het de andere dagen dat we in het Friese kampeerden veel beter weer.

Ik had de routes gepland met behulp van een fietsrouteplanner. Deze leidde ons via een combinatie van fietsnetwerken naar onze doelen.
Heel vaak fietsten we door bossen en weilanden. Een keer kwamen we terecht op een klein paadje door het weiland en werd onze doorgang versperd door een Bertha 38. Gerda maakte een boog door het weiland en ik fietste door over het pad met het idee om ook door het gras te gaan fietsen. De koe zag me echter te dichtbij komen en vluchtte de wei in. Helaas bleven de andere twee koeien die ik verderop tegenkwam wel gewoon staan en moest ik alsnog door het zeiknatte gras.

Bertha38

In het plaatsje Ferwoude waar we onderweg doorheen fietsten, vond ik het kerkje zo fotogeniek dat ik het wilde fotograferen, ook al voldeed het dorp niet aan de voorwaarden die we gesteld hadden. Ik noemde het dorp dan ook maar onze reserve-F.
Ik raakte op het kerkhof in gesprek met een man die samen met zijn dochter de grafstenen van zijn overgrootouders aan het bijschilderen was. Dat deden ze met een wijnfleskurk die ze in verf doopten en daarmee de tekst weer leesbaar schilderden.

Grafschrift
Ik vroeg hem naar het waarom van de graftekst van zijn overgrootvader:

Er is maar eene schreede
tusschen ons en de dood

En hij vertelde: “Overgrootvader, schilder van beroep, schilderde boerderijen. Op 20 februari 1912 ging hij naar zo’n boer om geld op te halen. En als hij dan geld kreeg werd er ook gedronken uiteraard. Daarna is hij later op de avond teruggegaan naar huis.
Toen had je nog geen asfaltwegen en ook geen verlichting langs de weg, dus hij is kennelijk een beetje aangeschoten over dat weggetje naar de grote weg gegaan en onderweg uitgegleden en in de sloot gevallen. Vandaar die tekst. Je zet één voet verkeerd en je bent weg.”

“It giet net”, zei de dame toen we meewilden met het pontje over De Grons. Er kunnen 12 personen mee, maar niet met 12 fietsen.

PontBekend met het verschijnsel ‘dialect’ en ook door schade en schande bekend met de daaruit voortkomende verwarring, vroeg ik wat ze bedoelde. Zou het net wel of niet gaan? Ze zei toen: “It giet krek.”
Ik begreep dat ze bedoelde dat het precies ging, maar pas later las ik dat ze zei dat het bijna zou gaan, dus eigenlijk niet.
Maar het ging dus wel. Gelukkig waren er maar 10 fietsen, dus het paste allemaal prima.

We kwamen in de kleine dorpjes vaak tafels tegen die bedekt waren met te koop aangeboden oude huisraad en te kleine kleding van het opgroeiende nageslacht.
In Nijemirdum stond er ook een oude vrieskast te koop, of zoals het bord zei: “Diepfries”.

Diepfries

Ik moest erg lachen om deze woordspeling. En terwijl ik nog na stond te hikken kwam de eigenaar van de spullen naar buiten. Ik zei dat het een leuke vondst was. Toen zei hij: “Ja, het staat er helemaal fout, hè? Het moet eigenlijk met dubbel-e en een ‘z’ (freeze), maar mijn vrouw wilde dat ik het zo opschreef.”
Hij bleek heel lang in Canada gewoond te hebben, vandaar de Engelse spelling die hij dacht dat er moest staan. Maar toen ik hem de woordspeling uitlegde, moest hij ook een beetje lachen.

Tijdens het uitzoeken van de plaatsen die we wilden bezoeken, stuitte ik op Aegum. Een piepklein dorpje met een eeuwenoude kerktoren en goed geschikt om voor de ‘A’ in de alfabetreis door te gaan. Maar helaas bleek het plaatsnaambordje alleen de Friese naam ‘Eagum’ aan te geven. Dus is de beginletter twijfelachtig, omdat ik de Nederlandse schrijfwijze van de naam voorop stelde.
Toch namen we Aegum op in onze reis, want ik las dat het ooit het middelpunt van Friesland was en dat het het centrum van de aarde is. En aangezien onze vorige fietsvakantie aan de middelpunten van Nederland was gewijd waren we wel geïnteresseerd in dit middelpunt.

EagumHet middelpunt van het oude Friesland en het centrum van de aarde liggen op 7 hanenstappen van de rechter zijkant van de toren.

Wat me erg opviel bij het fotograferen van de kerken was dat het aanzicht vanaf schuin achter vaak een stuk mooier is dan dat vanaf de voor- of zijkant. Ik maakte er dan ook een opdracht van om de kerken van alle kanten te fotograferen.
En toen stuitte ik op het probleem dat men bij de bouw of het inrichten van de kerkplek totaal geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat iemand de kerk helemaal rondom zou willen vastleggen. Ik heb in de onmogelijkste houdingen staan fotograferen, mezelf lek laten prikken door stekelige struiken om net voldoende afstand te kunnen krijgen om de kerk helemaal in beeld te vangen, enzovoorts.

Ik heb een selectie van foto’s van de bezochte kerken in een wolk op het wereldwijde web gezet. Degenen die benieuwd zijn naar foto’s van die kerken klikken op een link hieronder. Ik laat de foto’s daar nog wel een paar maanden staan, voor zover ik het nu kan bekijken.

Allingawier Boer Cornwerd Dedgum
Elahuizen Friens Goënga Hieslum
Idaard Jannum Kubaard Leons
Miedum Nijhuizum Oudemirdum Piaam
Quatrebras Roodhuis Sandfirden Tjalhuizum
Uitwellingerga Vrouwenparochie Warstiens (e)Xmorra
Ypecolsga Zweins

Volgens de GPS-tracker hebben we in zes dagen 299 kilometer gefietst. En op die natte donderdagochtend na met heel veel plezier.

Vakantie

We zijn er uit. Vandaag hebben we de knoop doorgehakt en gaan we onze rondjes in Friesland fietsen.

Hoe is het mogelijk? Wekenlang fantastisch warm en zonnig weer in Nederland en zodra de vakantie van Gerda ingaat, wordt het slechter.
Gelukkig is onze vrije tijd erg flexibel en dus mogen wij niet klagen. We hadden kunnen kiezen voor een lastminutereis naar een zonnige verwegbestemming en op andere (mooiweer)momenten de fietsvakantie kunnen doen. Elke week zijn Gerda en ik een paar dagen samen vrij.

Voor de komende week is het tot en met dinsdag nogal regenachtig in Earnewâld, Friesland. En we vinden dat een kampeervakantie niet al te armoedig mag zijn, dus slecht weer is geen optie. De tijd dat we het graven van grachten om de tent erbij vonden horen, ligt ver achter ons. Het liefst hebben we een tent met toilet en douche in de onmiddellijke nabijheid. Kamperen moet leuk zijn en geen opoffering.

Je spaart niet 49 weken om 3 weken armoe te lijden.

Komende woensdag (14 augustus) gaan we met de auto naar Friesland en fietsen daar ons eerste rondje. Een klein rondje, want we willen ’s middags de tent opzetten op camping Simmerwille in Earnewâld.

Om de inbrekers de kans te geven om bij ons onze spullen weg te halen, moeten we ze wel de kans geven om die inbraak voor te kunnen bereiden.
Hoewel het volgens later onderzoek (en nuchter verstand) niet uitmaakt dat je uitgebreid meldt over je vakantie via Twitter of Facebook, wil ik de potentieel ongenode gasten toch meegeven dat ons huis niet helemaal onbewoond zal zijn tijdens onze afwezigheid.

We gaan in totaal zes rondjes fietsen. Bij elkaar ruim 300 km. En dan hebben we bereikt wat we willen: het alfabet gefietst, waarbij we zo goed mogelijk de kleinste gehuchten met een plaatsnaambord en een enkele kerk gaan aandoen.
Helaas zal dat niet 100% lukken. Overmacht, want Quatrebras heeft geen kerk of klokkenstoel, maar het is de enige Q in Nederland.
Voor degene die willen weten hoe die rondjes eruitzien som ik ze hieronder op.

Rondje 1. Wirdum – Warstiens – Eagum/Aegum – Idaerd – Friens – Wirdum
Rondje 2. Quatrebras – Jannum – Vrouwenparochie – Miedum – Quatrebras
Rondje 3. Leons – Zweins – Boer – Kübaard – Leons

Even terug naar huis om Wout uit te wuiven, want die gaat op scoutingkamp in de Ardennen. En dan weer terug naar Friesland, naar camping De Potten aan het Sneekermeer.

Rondje 4. Camping – Goënga – Reahûs (Roodhuizen) – Tjalhuizum – Uitwellingerga – Camping
Rondje 5. Sandfirden – Hieslum – Dedgum – Allingawier – Exmorra (voor de X) – Idsegahuizen – Cornwerd – Piaam – Nijhuizum – Sandfirden
Rondje 6. Ypecolsga – Sloten (omdat dat een mooi plaatsje is) – Oudemirdum – Elahuizen – Ypecolsga

Tussendoor gaan we nog wat leuke dingen doen die niets met onze alfabetfietstocht te maken hebben. We willen bijvoorbeeld naar het land van de Kameleon in Terhorne, naar de visserijdagen in Makkum (23+24 augustus) en nog ergens kanoën.
En misschien nog een dagje wadlopen en een vaartocht langs de Waddeneilanden.

We zien wel. ’t Is immers vakantie.

Sprinkhanen eten

EdgarDit is Edgar. Hij was onze ober toen Wout en ik afgelopen vrijdag (2 augustus) gingen lunchen bij Tante Truus.

Tante Truus is een eettentje in een uithoek van de Grote Markt in het centrum van Almere. Meerdere keren werden we gewezen op het lekkere eten dat daar te eten is en we waren er nog nooit geweest. De prijzen schrokken ons af. Te hoog voor een simpele lunch, vonden wij.

Edgar is mongool. Het hele personeelsbestand van Tante Truus heeft te maken met een geestelijke uitdaging, want Tante Truus is een leer- en werkproject waar mensen met een verstandelijke beperking werken .

Dr. J.L.H. Down benoemde de ziekte in 1866 als ‘mongoloïde idiotie’. In een artikel, getiteld ‘Ethnic classifications of idiots’, besteedde hij vooral veel aandacht aan wat hij noemde ‘the great Mongolian family’.
Sindsdien heetten mensen die de hormoonafwijking Trisomie-21 hadden ‘mongolen’.

Maar dat mag niet meer. Na 100 jaar maakten onderzoekers en de regering van Mongolië bezwaar tegen de benaming en lijden mongolen tegenwoordig aan het syndroom van Down.

Wout en ik schoven aan een buitentafel aan. Het was vrijdag heerlijk weer.
Het menu lag op tafel en na enige tijd bracht Edgar het bestelformulier en een pen.
Helaas was dat zijn enige taak voor dat moment. Het was niet mogelijk om Edgar te vragen om een aperitiefje.

Want zo werkt het bij Tante Truus: elk maaltje en elk drankje hebben een nummer.
Op de bestelkaart die we van Edgar hadden gekregen, moesten we bij de nummers invullen hoeveel we er daarvan wilden hebben. Dus ook bij de drankjes die we eigenlijk vooraf hadden willen hebben.

(We hadden de bestelkaart natuurlijk kunnen gebruiken om een aperitiefje te bestellen en vervolgens een nieuwe kaart kunnen vragen om de maaltijd te bestellen, maar dat niveau van bewustzijn was nog niet ons deel geworden. Bewustzijn vraagt om meer dan een lekker zonnetje.)

TT-TafelnummerIk wenkte Edgar, want ik had een vraag over een dingetje uit het menu: wat is een croque?

Oy, daar moest toch een ander bijkomen. De baas van de nering kon het gelukkig goed vertellen.

Na het invullen van de bestelkaart wenkten we Edgar, die de kaart in ontvangst nam en hem zeer nauwgezet controleerde. Hij constateerde dat we het tafelnummer niet hadden ingevuld. Dat tafelnummer staat op een kunstig steenblok-met-poppetje.
Tja, we waren er natuurlijk voor de eerste keer in ons leven. Maar gelukkig had Edgar goede instructies gekregen.

TT-MenuWout wilde nummer 93 en ik nummer 352.
Wout bestelde een Chocomel als drinken en ik de Tante Truus-verrassingsmix van versgeperst fruit.

En natuurlijk een portie sprinkhanen, want daar waren we eigenlijk voor gekomen. Althans ik, want Wout had er eigenlijk niet zo’n zin in. Maar gelukkig liet hij zich overhalen; hij hoefde van mij slechts een hapje te nemen van een sprinkhaan.

TT-EdgarprofielAl wachtend bestudeerde ik de staandebijstaande Edgar van opzij en herkende mijn uitgezakte bierbuik wanneer ik mijn buikspieren een moment van ontspanning gun.

Zou Edgar …?

We hoefden niet lang te wachten. Vrij snel kwam een collega van Edgar de drankjes brengen en kort daarna het eten.

Het zag er heel goed uit. Ik heb naderhand nog een tweede portie sprinkhanen besteld voor op de foto. En natuurlijk opgegeten, want ik ben een Nederlander: kopen = eten.

TT-Sprinkhanen op servet

De sprinkhanen worden eerst van pootjes en vleugeltjes ontdaan. Vervolgens worden ze bestrooid met kruidenzout en peterselie voordat de ze de frituurpan ingaan.

Het lijken wel ingebakerde baby’tjes of mummies.
Maar hoe vonden we het?

Wout had er een apart gevoel bij en ik vond het naar noten smaken. Een heel herkenbare notensmaak, maar pas later kon ik de smaak plaatsen. Ik had ooit de vergissing begaan om salade met sesamolie te proeven. Sesamolie, daar smaakten de sprinkhanen naar.
De textuur was knisperend als die van bladerdeeg. Zelfs de staart was niet hard.

We hebben het geproefd en we gaan het niet gauw nog eens doen.
Maar eten bij Tante Truus is voor veel herhaling vatbaar.
TT-rekening
Het bedrag op de rekening deed me aan een liedje van vroeger denken.

Friet koken

De aardappelen kosten bij AH de laatste tijd veel meer dan de patat friet. Normaal liggen de kiloprijzen vrijwel gelijk op rond 1 euro per kilo, maar inmiddels schieten de aardappelprijzen de pan uit.

Gisteren gekocht: 3 kg kruimige huismerkaardappels voor 4,29 euro. Dat is 1,43 euro per kilo.

AH-bon aardappelenAH-friet
Het huismerk friet van Appie kost vandaag 99 cent voor een kilozak.

Tijd voor een test: kunnen de voorgebakken frietjes ook gebruikt worden als gekookte aardappels bij de groente?

Het zou leuk  zijn als de smaak niet echt veel zou afwijken. Dan hoeven we geen aardappels meer te schillen en te snijden.
Het idee trok zo erg dat ik gisteravond een handjevol Franse frietjes van Aviko met de aardappels mee liet koken om te kijken of het idee zinvol was. Gedraagt voorgebakken friet zich als ongekookte aardappels?
En hoe zou het smaken?

Ik legde de frietjes in een vrijwel nooit gebruikt theezeefje en boog het handvat om om hem in het aardappelpannetje te kunnen laten passen.
Ik had natuurlijk een grotere pan kunnen pakken. Inderdaad, dat had ik kunnen doen.

Aardappels en friet koken

Na 10 minuten koken zag het er zo uit.

De frietjes gingen bevroren in de pan en warmden samen met de piepers op.
Na 5 minuten kooktijd proefde ik een frietje. Hij was zacht, maar de buitenkant had de textuur van een omhulsel.
Na 10 minuten was het beter, maar nog steeds was een omhulsel te proeven. Ook proefde ik in de verte iets van frituurvet.

Tegen de tijd dat de aardappels gaar waren, na 15 minuten, waren ook de frietjes gaar. Misschien iets te gaar, want sommige vielen uit elkaar.
Ze smaakten goed. Maar nog wel met die frituurvetsmaak in de verre verte.

Dit gaf goede moed om een echte maaltijd te gaan gebruiken om de ultieme test te doen. Wat gaan we eten?

Aardappels met Italiaanse roerbakgroenten, besloot Gerda vandaag, nadat ze bijgekomen was van de prijs van de verse sperziebonen.

Dus ze kocht een zak patat van AH, twee pakken Italiaanse roerbakmix uit de vriezer en een viertal satéburgers voor erbij.
Ze strooide een lading van de bevroren friet in een pannetje en deed er wat zout bij.

Friet in panVervolgens deed ze precies hetzelfde als anders: aan de kook brengen en een tijdje laten koken. Bij gewone geschilde aardappels is dat 15 minuten, maar nu het vrij kleine stukken aardappels zijn, liet ze ze 12 minuten koken.

En dat werkte erg goed. Die frietjes waren gaar.

Friet gaar in panWe proefden heel erg in de verte wel een beetje van het frituurvet waarmee de friet was voorgebakken, maar die smaak viel totaal weg toen de frietjes op het bord als een geheel werden geserveerd met groente en jus.

Friet op bordNet zo lekker als anders, vonden we allemaal.

Kokende vrouw, wat heb je nou geleerd?

1. Huismerk friet van de supermarkt kan goedkoper zijn dan ongeschilde aardappels. Het huismerk van Dirk (1debeste) is zelfs nog 10 cent per kilo goedkoper dan dat van AH.
2. De friet is al geschild en gesneden.
3. De kooktijd van friet is 20% korter dan die van aardappels.
4. Verwerkt in een gewone maaltijd proef je geen verschil tussen gekookte voorgebakken friet en gewone aardappels.

Wij gaan ons voorraadje aardappels opmaken en stappen over op gekookte patat friet. Tot de aardappels weer goedkoper zijn dan het huismerk friet.

Bullshitmanagement

save_your_jobEen lui blog.

Ik moest vandaag werken in een drukkerij en zag tijdens de koffiepauze een verhaaltje aan/op het prikbord hangen. Een grappig verhaal over overbodig management.

Te lui om de tekst over te typen zocht ik op internet de bron van het oorspronkelijke verhaal om te koppiepeesten, en gelukkig is er geen bron te vinden. Wel genoeg publicaties, maar op de eerste zoekpagina van Google weet niemand van wie de oorspronkelijke versie is.
Waardoor het verhaal voor iedereen grijpklaar ter publicatie ligt, in mijn ogen.

En ik kwam meer leuke verhalen tegen die vage functies even op hun plaats zetten. Zonder bronvermelding en met overgenomen taalfouten. Komen hunnie.

Het verhaal dat ik in die kantine las:

Bullshitmanagement 1

Er zijn vaak meer overeenkomsten tussen roeien en management dan zich op het eerste gezicht laat aanzien. Het nu volgend verhaal treft een vergelijking tussen de twee.

Een Nederlandse firma had een roeiwedstrijd tegen een Japanse firma georganiseerd. De wedstrijd zou met een acht mans boot op de Rijn worden gehouden. Beide equipes trainden lang en hard om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Toen de grote dag kwam, waren beide teams “topfit”. Toch wonnen de Japanners met een voorsprong van een kilometer. Het Nederlandse team was zwaar aangeslagen.

De oorzaak van deze vernietigende nederlaag moest absoluut boven water komen. Het topmanagement liet een projectteam vormen om het probleem te onderzoeken en om aanbevelingen te doen. Na lang onderzoek bleek dat de Japanners zeven mensen hadden die roeiden en dat één man stuurde, terwijl in het Nederlandse team één man roeide en zeven man stuurden.

De leiding nam een adviesbureau in de arm voor een studie over de structuur van het Nederlandse team. Na enkele maanden van aanzienlijke inspanningen kwamen de adviseurs ook tot de slotsom dat er te veel mensen stuurden en te weinig roeiden. Om een volgende nederlaag te voorkomen werd de teamstructuur ingrijpend veranderd. Er kwamen nu vier stuurmannen, twee hoofdstuurmannen, een stuurmanager en een roeier. Bovendien werd een prestatie- waarderingssysteem ingevoerd om die ene roeier nog meer te stimuleren.

Het jaar daarop wonnen de Japanners met een voorsprong van twee kilometer. Het management ontsloeg daarop de roeier wegens slechte prestaties, verkocht de roeispanen en stopte verdere investeringen in een nieuwe boot. Het adviesbureau werd geprezen en het resterende geld werd onder het management verdeeld.

Bullshitmanagement 2

Een man in een luchtballon is verdwaald. Hij zakt wat en ziet een vrouw op de begane grond lopen. Hij roept haar toe:

“Ik heb vrienden van mij beloofd mij over een uur ergens te vervoegen, maar ik heb geen idee waar ik nu precies ben”.

De vrouw roept terug: “U bevindt zich in een ballon op ongeveer tien meter boven de begane grond. U zit tussen de 51 en de 52 graden noorderbreedte en tussen de 5 en de 6 graden westerlengte”.

“U bent informaticus”, zegt de man.
“Inderdaad, hoe weet u dat?” vraagt de vrouw.

“Wel”, zegt de man, “U hebt mij een technisch perfecte uitleg gegeven, maar ik weet niet wat ik met uw informatie moet doen en heb nog steeds geen idee waar ik me bevind. In alle oprechtheid, u hebt me niet veel geholpen. Bovendien, u hebt mij nog eens kostbare tijd doen verliezen.”

“En u bent manager, neem ik aan?” antwoordt de vrouw.
“Klopt, hoe weet u dat?”

“Wel, u weet niet waar u zich bevindt, noch waar u naar toe moet. Een grote massa lucht heeft u gebracht waar u nu bent. U hebt een belofte gedaan waarbij u geen idee heeft hoe u die moet nakomen en u verwacht dat mensen die onder u staan, uw problemen oplossen.
Het feit is dat u zich in precies dezelfde situatie bevindt als vijf minuten geleden, alleen is het nu ineens mijn fout.”

Bullshitmanagement 3

In een kleine gemeente Lij aan de ene zijde van de rivier leefde de behoefte om veel vaker en sneller naar de andere gemeente Loef, aan de overkant van de rivier, te kunnen.

In Loef was dat niet anders. Nu moesten mensen een uur omfietsen en met een brug zou je in 10 minuten van Loef naar Lij kunnen.
Er werd een commissie gevormd die tot de conclusie kwam dat de brug in het algemeen belang was. Het was een publieke zaak.
Na stemming in beide gemeentes werd een tolbrug gerealiseerd.

De gemeentes namen afzonderlijk brugwachters in dienst en de brug werd operationeel. Al snel ontstonden in de uitvoering problemen. Wie doet wat wanneer en wie is waarvoor aansprakelijk.
Tevens ontstond er discussie over de tol. Moest die kostendekkend zijn of mocht je er ook aan verdienen.
Men kwam tot de conclusie dat deze zaken vroegen om een manager.

De manager en zijn maatregelen zouden betaald worden uit de tol. De manager kwam snel tot het inzicht dat dit een multidisciplinair probleem betrof. Interne en externe aansprakelijkheid, personele vraagstukken, veiligheidsaspecten, onderhoud en financiën om er zo maar enkele te noemen.

De manager verzocht de gemeentes om een staf te mogen aanstellen ter ondersteuning van dit managementvraagstuk. Tevens was hij de mening toegedaan dat het werken met twee gemeentes bijzonder tijdrovend en ineffectief was.

Hij kreeg toestemming tot verzelfstandiging. De B.V. ‘Over den brug’ werd opgericht. Deze B.V. mocht zelf de dienstregeling gaan bepalen en kreeg de vrije hand in de tariefvaststelling. De manager kreeg nu een belang bij het aantal bewegingen over de brug en het tarief, ofwel er ontstond een omzetvraagstuk dat om een marketingplan vroeg.

Hiervoor werd een marketingbureau ingeschakeld. Reclames op lichtmasten verschenen en bij elke passage kreeg je vlaggetjes, pennen en tassen.
Het toltarief was inmiddels vervijfvoudigd, met als gevolg dat de mensen maar weer om begonnen te fietsen.

Crisismanagement was aan de orde, want zo doorgaand zou de B.V. failliet gaan. De manager stelde een uitgaveverhoging voor, voor marketingactiviteiten. Deze extra uitgave, alsmede het weg te werken verlies, zou moeten komen uit efficiency. Deze efficiency werd gezocht en gevonden in een daling van de personeelskosten van het uitvoerend personeel, de brugwachters.

De brug zou minder lang open zijn, alleen nog bij daglicht, en door de mensen zelf de slagbomen etc. te laten open en sluiten kon men volstaan met minder brugwachters.
De brugwachters zelf konden door strakker management middels regels en procedures van een lager opleidingsniveau en dus salarisniveau zijn.

Hiermee werd een dreigend faillissement afgewend waarvoor de manager een prestatiebonus in ontvangst mocht nemen.

De consultant en de herder

Een herder hoedt zijn kudde schapen op een veld, en ziet op een gegeven moment een spiksplinternieuwe blinkende BMW in een stofwolk naderen.
De bestuurder, elegant gekleed in een pak van Versace, schoenen van Gucci, een bril van Ray Ban en een stropdas van Yves Saint Laurent, stopt en leunt uit het raam:
“Als ik jou precies vertel hoeveel schapen je hebt, krijg ik er dan eentje van je?”, vraagt hij aan de herder.
De herder kijkt de yup aan en zegt: “Oké, waarom niet?”.

De yup trekt onmiddellijk zijn Dell-laptop op schoot en verbindt deze met zijn mobieltje van KPN. Hij maakt verbinding met internet, surft naar een website van NASA en selecteert een navigatiesysteem om zijn exacte positie te bepalen.
Hij stuurt vervolgens de data naar een andere satelliet van NASA, die het hele gebied scant en hem een ultrascherpe foto stuurt. De yup opent Adobe Photoshop ©™ en stuurt de foto naar een laboratorium in Hamburg dat hem na enkele seconden een bericht stuurt op zijn mobiel, met de bevestiging dat de foto is bewerkt en opgeslagen. Via een ODBC-connectie maakt hij verbinding met een MS-SQL database en in een sheet van Excel met honderden ingewikkelde formules laadt hij alle data via de e-mail van zijn Blackberry. Na enkele minuten genereert het programma een antwoord van 150 pagina’s in kleur en de yup drukt deze af op zijn mini-HP-laserjet.
Hij kijkt de herder aan en zegt: “Je hebt exact 1586 schapen.”
“Dat klopt”, zegt de herder. “Je mag dus een schaap uitzoeken.”
De yup stapt uit, zoekt een dier uit en doet het in zijn achterbak.

Dan zegt de herder: “Als ik jouw beroep raad, geef je me dan het dier terug?”
De yup denkt even na en zegt: “Oké, waarom niet.”
De herder zegt: “Je bent een consultant.”
“Ongelooflijk”, zegt de yup. “Hoe weet je dat?”
“Da’s niet zo moeilijk”, zegt de herder. “Je verschijnt terwijl niemand daarom gevraagd heeft. Je stelt een vraag waar niemand op zit te wachten en je wilt betaald worden voor het antwoord, terwijl ik dat antwoord al weet.
En je begrijpt geen flikker van mijn werk.

Dus geef terug die hond!”

Luchtbuksschieten met Wout en Rik

Geweer opaOpaMijn opa (van moeders kant), landarbeider, had ergens in de jaren ’50 een luchtbuks gekocht. Een heel goeie, want mijn opa hield van kwaliteit.

Hij kocht hem in eerste instantie om de vogels van het land te verjagen. Mussen en duiven waren het doelwit. Hij schoot ze met groot gemak van het dak van de boerderijwoning.
Het spreekwoord luidt: ‘Het is zo heet dat de mussen van het dak vallen’. Ha! Toen ze dat spreekwoord bedachten hadden ze niet in de gaten dat mijn opa aan de andere kant van het huis die mussen van het dak aan het schieten was.

De merels mochten van opa wel blijven leven, want die zongen zo mooi.

Maar ik kan me voorstellen dat hij ook afleiding zocht. Als je met vrouw en vijf dochters in een boerenknechtwoninkje aan de troosteloze Zwingelspaansedijk bij Fijnaart woont, je als elfde kind gewoon op je elfde aan het werk moest terwijl God je wel hersens had gegeven om meer te kunnen, dan wil je je wel een keer uitbundiger uiten en je verloren ambities een uitlaatklep geven.

Mijn opa zette zijn hersens in om als zeer sociaal bewogen bestuurslid van de Nederlandse Arbeidersbond van het CNV op te komen voor de rechten van de arbeider. Maar daarnaast waren er nog een hoop jaren aan verloren jeugd te compenseren. En dat deed hij door op latere leeftijd de dingen te doen die een ‘normale’ jongen al veel eerder zou hebben gedaan

Een van die dingen was dus lekker schieten. En mijn broer en ik mochten in onze jongste jeugd in de jaren ’60 ook een keer met het geweer schieten op het land van opa’s baas.
Ik raakte niets, want ik keek helemaal verkeerd door het vizier. Maar het geweer had wel mijn hart gestolen.

Op mijn broers 23ste verjaardag, in 1983, overleed mijn opa en het geweer raakte uit beeld. De enige die het ding nog bewust aan opa linkte was ik. Het geweer hoorde bij opa, zo leek het in mijn hoofd vast te zitten. Net als zijn bolknak, waarvan hij de peuk altijd heel duurzaam tot pruim promoveerde en hij dus de hele sigaar van voor tot achter genotvol benutte.

Toen mijn oma in 2006 in een verzorgingshuis werd opgenomen, werd haar huisje opgeruimd en kwam het geweer tevoorschijn, gewikkeld in een oude deken. Er zat ook een blikje met diabolokogeltjes bij:

Diabolokogels

De kinderen van opa en oma (mijn moeder en haar vier zussen) waren het met elkaar eens dat ik het geweer mocht hebben en daar was ik heel erg blij mee.

Maar ja, en dan? Wat moet je met een goed werkende luchtbuks in een rijtjeshuis met een kleine tuin? Aan de muur hangen en stof laten vangen is wel een heel sneu einde aan het leven van een prachtproduct met mooie herinneringen.
Van de wet mag je gewoon een luchtdrukwapen bezitten en ook gebruiken, maar alleen op privéterrein. En het leek me niet zo verstandig om daar mijn achtertuin van 11 meter diep voor te gebruiken. Het zou wel kunnen, maar ik denk dat de buren me dan voor gevaarlijke gek zouden verslijten.

Dus stond het geweer jarenlang in de kledingkast. Af en toe pakte ik ‘m en richtte ergens op, maar schieten kon niet.
Maar naarmate de tijd verstreek, kon de wet me steeds minder schelen. En een tijdje geleden vroeg ik aan jongste zoon Wout of hij zin had om een keer te gaan schieten. Domme vraag aan een wapenliefhebber. Natuurlijk wilde hij dat wel. Maar waar dan?

Oudste zoon Rik zei dat het bos bij het scoutingclubhuis wel rustig zou zijn nu het vakantie is, en dus trokken Wout en ik de stoute schoen aan en gingen vanmiddag op pad met geweer, kogels en lege frisdrankblikjes om op te schieten.

Aangekomen in het bos zette Wout een blikje in de vork van een paar boomstamtakken, zo’n 10 meter verderop. Ik klikte de loop open, deed er een kogeltje in en klikte hem weer dicht.
Ik herinnerde me dat ik in opa’s tijd niets raakte met het geweer. En ik wilde dat nu mijn allereerste schot raak zou zijn.

Ik legde aan, richtte en schoot. RAAK!
Het blikje viel op de grond. Aan twee kanten zaten grote gaten. Aan de achterkant was het gat zelfs veel groter dan aan de voorkant. Het lullige windbukskogeltje gedroeg zich als een dumdumkogel.

Nu mocht Wout:

Wout richt

Ook zijn eerste schot was raak. En van 5 meter verderaf weer:

Hij heeft aanleg. En zo schoot hij de sterren van de hemel:

We zijn een uur in het bos aan het schieten geweest. Wouts zomervakantie kan nu al niet meer stuk en ik heb ook genoten.

En ik weet zeker dat opa het fantastisch had gevonden.

Naschrift
Ik besefte vlak na het publiceren van dit stukje opeens dat opa dit jaar 30 jaar dood is. En dat hij is overleden op 17 juli.
Balen. We hadden dit drie dagen geleden moeten doen.

Update 12 augustus. Vandaag ook gaan schieten met Rik. En hij raakt ze ook lekker. Ik ben erg onder de indruk van de schietkunsten van mijn zoons.
Rik heeft er een (Engelstalig) verhaal aan gewijd. Met filmpjes. Klik hier.

Test: water in kippenvlees

Vlees kan worden opgepompt met water (dat heet ‘tumblen’), waardoor het zwaarder wordt en voor meer geld kan worden verkocht.
Dat mag. Europese regels verplichten een vleesverkoper om duidelijk op het etiket te vermelden wat er in een stuk vlees zit, dus ook water als het vlees voor meer dan 5% uit toegevoegd water bestaat. Het mag dan echter niet meer ‘vers vlees’ heten, maar ‘bereid product’ of iets dergelijks.
Vooral in Engeland schijn je nogal veel met waterkip te maken te krijgen. Natte kledder, afkomstig uit Nederland.

Omdat er goud geld met het oppompen te verdienen is, wordt er dus veel onderzoek naar de mogelijkheden gedaan. Eetjournalist Wouter Klootwijk schreef in 2007 dat uit Polen een verzoek bij TNO was neergelegd om een techniek te ontwikkelen voor vleeswaren waarbij 125% water kan worden toegevoegd. TNO heeft dat geweigerd, maar waarom zou het onderzoek al niet ergens in de praktijk worden toegepast?

En nogmaals, het mag. Als het maar op het etiket staat. En aangezien de ingrediënten op volgorde van hoeveelheid staan vermeld, zou het bij zo’n kletsnatte kip best eens zo op het etiket kunnen staan: water, kippenvlees.

Bij boterham-ham is het tumbelen geaccepteerd. Het is nodig voor het pekelen en om de ham niet te droog te laten worden bij het koken. Mensen klagen juist als er geen water in de ham zit, want dan vinden ze het te droog.
Bij Dirk van den Broek schijnt ham te worden verkocht met 60% water erin. Maar dat staat er niet zo op, natuurlijk. Er wordt immers uitgegaan van het totaalgewicht, dus vlees inclusief water. Pak een kilo ham en doe er 60% (= 600 gram) water bij, dan heb je 1600 gram ham-met-water. Het aandeel water in dit bereide varkensvleesproduct is dan geen 60%, maar 600/1600 x 100%= 37,5%. En dat getal zou dan op de verpakking komen.

Maar nu de hamvraag: hoeveel water zit er in een kip? En is er verschil tussen kippenvlees van de Appie en dat van de moslim?

Kip-moslim-etiketWe kochten bij de moslimslager 4 kippenbouten. Die wogen bij elkaar 2032 gram. Joekels dus.
Natuurlijk moet ervoor gezorgd worden dat er geen vet en water uit een margarine bijkomen. En gelukkig bereiden we al jaren de kip niet meer in de pan, maar in de oven. In een plastic zak.

Gerda trekt dan eerst het vel los en wrijft de kruiden in het vlees. Zo blijft de kruidensmaak niet beperkt tot het vel.
Daarna stopt ze ze in een braadzak en legt die in een ovenschaal. Na 5 kwartier is het vlees gaar, knipt ze de zak open en leegt hem in de ovenschaal.

Er is dan ook een hoeveelheid vloeistof uit het kippenvlees gekomen en dat vocht goot ik over in een maatbeker.
We zijn geen echte boutenkluivers en dus blijft er wel het een en ander aan vlees op de botten achter, maar we deden ons best om de botten zo kaal mogelijk te maken. Want zo konden we bepalen hoeveel van het totaalgewicht uit bot bestond. En alles bij elkaar leverde dat het volgende op:

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De grootste verrassing leverde de vloeistof op. Toen ik het een paar dagen de tijd had gegeven om te bezinken, bleek dat niet het vet bovenop dreef, maar het water. Dat donkere deel onder in de maatbeker is gestold kippenvet. Kijk maar:

Resumerend leverde 2032 gram kippenbout 358 gram botten op en bijna 250 ml vloeistof.
Voor het gemak reken ik een gram per milliliter. Dan is de hoeveelheid vlees op de botten 2032 – 358 – 250 = 1424 gram (ruwweg, want er was nog vlees op het bot achtergebleven en de vloeistofhoeveelheid is minder).
De hoeveelheid vet is 100 ml, dus de hoeveelheid water is ongeveer 150 ml.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van de moslimslager berekenen:
150/1424 x 100% = 10,5%
Het aandeel vet is 100/1424 x 100% = 7%

——————————————————

Kip-AH-etiketVoor meer geld kochten we bij Albert Heijn ook 4 kippenbouten, maar die wogen een stuk minder dan die van de moslimslager: 1573 gram.
Des te groter is de uitdaging: krijgen we dan ook meer nettovlees?

Gerda bereidde deze bouten op dezelfde manier en dat leidde na het eten ook tot soortgelijk afval: een bord met botten en een maatbeker met vloeistof.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

Er lijkt beduidend meer vloeistof uit de AH-kip te zijn gekomen dan uit de moslimkip. Dat is niet erg, als de hoeveelheid vlees ook groter zou zijn.

Duidelijk is te zien dat er meer vet is vrijgekomen dan bij de moslimkip. En dat lilt ook een stuk instabieler:


Het kippenvet onder in de maatbeker is zo’n 140 ml en de hoeveelheid water schat ik in op 130 ml. Ik ga weer even uit van 1 gram per milliliter, dus dan is de hoeveelheid vlees aan deze kippenbouten 1573 – 280 – 140 – 130 = 1023 gram.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van AH berekenen:
130/1023 x 100% = 12,7%
Het aandeel vet is 140/1023 x 100% = 13,7%

——————————————————–

Ik had graag gezien dat er meer water in de AH-kip zou zitten dan in de moslimkip (gewoon omdat ik een vooroordeel heb over supermarktvlees), maar dat lijkt niet het geval. Ook bestaan de bouten bij beide winkeliers voor bijna 18% uit bot.
Wel zit er tweemaal zoveel vet in de AH-kip. Maar of dat een structureel verschil is, zou een extra test moeten uitwijzen.
En dan kun je je afvragen of het wel zo erg is dat er vet in het vlees zit. Vet is een smaakmaker.

Het feit dat er 10% water in het kippenvlees zit en dat dit niet op het etiket is vermeld, betekent dat het geen geïnjecteerd water is en dat het gewoon bij de kip hoort.

De moslimbouten bestaan voor 70% uit vlees en die van AH voor 65%. Kijk, dat is een hoog kippenboutrendement van de moslimbouten, vooral omdat de kiloprijs van AH bijna de helft hoger is.

Maar voorlopig lijkt het erop dat ik m’n vooroordeel moet herzien.

Nieuwe auto. Alweer

Een maand na de total loss van onze Renault Scénic kochten we een nieuwe tweedehands auto, een Hyundai i30. Een mooi karretje met alles erop en eraan, voor een spotprijs.

Twee maanden later (half april) riep onze primus inter pares Mark R. ons op om wederom een nieuwe auto te kopen. Om het Centraal Planbureau te verslaan, zo zei hij.
Braaf en volgzaam als wij zijn gingen we aan de slag om, zij aan zij met onze eerste minister, het monster dat CPB heet te verslaan. Loerend naar een buitenkans zoefden we over ’s lands Heerenwegen.

Helaas trof die buitenkans op 22 juni onze auto vol in de linkerflank. Mijn eegade daarbij wederom de schrik van haar leven en een terugval in de genezing van de vorige aanrijding bezorgend, en de auto in de kreukels.

Gerda_auto_kreukels

Gerda werd afgevoerd in een ziekenauto en helemaal doorgelicht. Gelukkig geen breuken of andere schade. Maar haar hele bovenlichaam voelde aan “alsof het in een blok beton was gegoten”, zoals ze het zelf benoemde. Ook was ze duizelig.
Gerda’s passagiere kwam met de schrik vrij, maar ze kreeg later toch erge spier- en hoofdpijnklachten.

De auto werd afgevoerd naar een schadeherstelbedrijf en daar door een expert van de verzekering total loss verklaard. De dagwaarde van de auto was ongeveer 7.000 euro en de schade taxeerde hij op 8.699 euro, zei hij door de telefoon.

En 3 cent, grapte ik er verbitterd achteraan.

Ik wilde dat de auto zou worden gerepareerd, desnoods met gebruikte onderdelen. Want waarom zou je een gebruikte auto opknappen met nieuw plaatwerk? Dat zou al een paar duizend euro kunnen schelen en dus geen total loss hoeven te betekenen.

Maar Gerda wilde niet meer in die auto rijden. Ze zou zich er niet meer veilig in voelen. En de man van onze autoverzekering gaf haar gelijk, want hij gaf onafhankelijk van haar dezelfde tip.
En toen vond ik het ook logisch. De kwaadheid over het hele gebeuren vloeide plotseling uit mijn lijf en ik ging op zoek naar een andere auto.

Dat was vorige week vrijdag.

Eigenlijk vrij snel hadden we twee kandidaten. Want we hadden bij onze vorige speurtocht al een hoop merken en types geëlimineerd en zochten heel gericht naar een Hyundai i30 en een Peugeot 308.

Omdat we inmiddels een fietsendrager hebben, zocht ik gericht naar auto’s met een trekhaak en natuurlijk moest er cruise control opzitten.
De zoektocht naar een Hyundai was snel klaar. Er was geen aanbieding die ons zinde.
Ik vond wel twee Peugeots 308. Een in Gemert, maar die was zwart. En dat betekent wekelijks auto wassen en daar heb ik een broertje dood aan.
De andere stond in Hasselt. Een blauwe met weinig (42.000) kilometers voor 13.345 euro.

Ik belde het autobedrijf en kon er zomaar ruim 1.000 euro vanaf babbelen. Ik internetbankierde 250 euro vooruit om de auto te reserveren. Ik zou dan deze week de auto gaan bekijken en als ik hem goedkeurde helemaal betalen.

De garagist deed blijkbaar met pijn in zijn hart afstand van deze auto, want korte tijd na de vooruitbetaling had hij de advertentie op zijn website aangepast, waarbij hij duidelijk liet merken dat hij het jammer vond dat hij de auto had verkocht:

Helaas verkocht_autoverkoper vindt het jammer

De resterende 12.000 euro moesten we van de spaarrekening naar de betaalrekening overboeken. Maar omdat het inmiddels na 14.00 uur was, zou het niet meer dezelfde vrijdag kunnen worden verwerkt. Dat kon pas ná het weekend.
Wat een achterlijk gedoe weer met het bankverkeer. De hele wereldeconomie draait 24/7, behalve wanneer ik wat nodig heb.
Maar ja, je bent als consument afhankelijk van de grillen van de grootmachten en dus zat er niets anders op dan de nieuwe week af te wachten.

Maandag laat in de middag stond het geld op de betaalrekening, maar toen kwam het probleem met het betalen van 12.000 euro. Dat kan niet zomaar:
– pinnen kan alleen met een maximum van 2.500 euro per pasje;
– ik kon wel bij het hoofdfiliaal van ING 10.000 euro cash opnemen en dan de resterende 2.000 euro pinnen, maar …
– de autoverkoper wilde niet zo’n groot bedrag aan cash in huis;
– ik wilde niet via internetbankieren vooruitbetalen, want als de auto me niet zou bevallen moest ik nog maar afwachten of ik wel zomaar al m’n geld terug zou krijgen.

Gelukkig was er tóch een makkelijke oplossing, dankzij het feit dat de garagist en ik bij dezelfde bank bankieren. Dan kon ik bij hem op de computer het geld overschrijven van onze ING-rekening en dan zou hij het meteen op zijn eigen ING-rekening bijgeschreven krijgen.

Vandaag, dinsdag, ben ik samen met oudste zoon Rik de auto gaan bekijken. En kopen, want het is een plaatje.

Peugot garage

En wat Julius Caesar ooit schijnt te hebben geroepen over Cleopatra: “Dat neusje …”
Want dat is heel mooi.

Peugeot-neus

En je weet pas wat je hebt gemist als je bijna een half jaar in een Koreaanse auto hebt gereden en weer in een Franse auto stapt. Heerlijke stoelen, lekker vermogen en geen blik, maar gewoon staal als omhulsel.
Gerda vond de Hyundai een heel prettige auto. Ik had de eerste weken na aankoop ook een lekker gevoel in die luxe uitgevoerde auto. Maar ik begon me steeds meer te ergeren aan vooral het gebrek aan vermogen en het zenuwachtige stuurgedrag.

En ik weet zeker dat als Gerda in de Peugeot heeft gereden, ze ook blij is met deze Franse heerlijkheid.
Ze kan inmiddels haar hoofd weer heen-en-weer draaien en gaat komende donderdag proberen te werken.

Met als vervoer de nieuwe tweedehands auto.

Who needs Photoshop?

Ik vind ze zo mooi dat ik ze wil delen. Acht foto’s die zo apart zijn dat ik er best trots op ben dat ik vandaag het positieve toeval aan mijn zijde had.

Aanschouw de fiets die waarschijnlijk al heel lang op de bodem van het Almeerse Weerwater ligt. Gefotografeerd vanaf een steiger.
Zonder poespas, zonder fotobewerking, zonder belichtingstrucs. Gewoon een pocketcamera en ontzettend veel mazzel.

Alle foto’s zijn klikbaar en geven een wat grotere afbeelding.

Fiets 1 Fiets 2 Fiets 3 Fiets 4 Fiets 5 Fiets 6 Fiets 7 Fiets 8