Sprinkhanen eten

EdgarDit is Edgar. Hij was onze ober toen Wout en ik afgelopen vrijdag (2 augustus) gingen lunchen bij Tante Truus.

Tante Truus is een eettentje in een uithoek van de Grote Markt in het centrum van Almere. Meerdere keren werden we gewezen op het lekkere eten dat daar te eten is en we waren er nog nooit geweest. De prijzen schrokken ons af. Te hoog voor een simpele lunch, vonden wij.

Edgar is mongool. Het hele personeelsbestand van Tante Truus heeft te maken met een geestelijke uitdaging, want Tante Truus is een leer- en werkproject waar mensen met een verstandelijke beperking werken .

Dr. J.L.H. Down benoemde de ziekte in 1866 als ‘mongoloïde idiotie’. In een artikel, getiteld ‘Ethnic classifications of idiots’, besteedde hij vooral veel aandacht aan wat hij noemde ‘the great Mongolian family’.
Sindsdien heetten mensen die de hormoonafwijking Trisomie-21 hadden ‘mongolen’.

Maar dat mag niet meer. Na 100 jaar maakten onderzoekers en de regering van Mongolië bezwaar tegen de benaming en lijden mongolen tegenwoordig aan het syndroom van Down.

Wout en ik schoven aan een buitentafel aan. Het was vrijdag heerlijk weer.
Het menu lag op tafel en na enige tijd bracht Edgar het bestelformulier en een pen.
Helaas was dat zijn enige taak voor dat moment. Het was niet mogelijk om Edgar te vragen om een aperitiefje.

Want zo werkt het bij Tante Truus: elk maaltje en elk drankje hebben een nummer.
Op de bestelkaart die we van Edgar hadden gekregen, moesten we bij de nummers invullen hoeveel we er daarvan wilden hebben. Dus ook bij de drankjes die we eigenlijk vooraf hadden willen hebben.

(We hadden de bestelkaart natuurlijk kunnen gebruiken om een aperitiefje te bestellen en vervolgens een nieuwe kaart kunnen vragen om de maaltijd te bestellen, maar dat niveau van bewustzijn was nog niet ons deel geworden. Bewustzijn vraagt om meer dan een lekker zonnetje.)

TT-TafelnummerIk wenkte Edgar, want ik had een vraag over een dingetje uit het menu: wat is een croque?

Oy, daar moest toch een ander bijkomen. De baas van de nering kon het gelukkig goed vertellen.

Na het invullen van de bestelkaart wenkten we Edgar, die de kaart in ontvangst nam en hem zeer nauwgezet controleerde. Hij constateerde dat we het tafelnummer niet hadden ingevuld. Dat tafelnummer staat op een kunstig steenblok-met-poppetje.
Tja, we waren er natuurlijk voor de eerste keer in ons leven. Maar gelukkig had Edgar goede instructies gekregen.

TT-MenuWout wilde nummer 93 en ik nummer 352.
Wout bestelde een Chocomel als drinken en ik de Tante Truus-verrassingsmix van versgeperst fruit.

En natuurlijk een portie sprinkhanen, want daar waren we eigenlijk voor gekomen. Althans ik, want Wout had er eigenlijk niet zo’n zin in. Maar gelukkig liet hij zich overhalen; hij hoefde van mij slechts een hapje te nemen van een sprinkhaan.

TT-EdgarprofielAl wachtend bestudeerde ik de staandebijstaande Edgar van opzij en herkende mijn uitgezakte bierbuik wanneer ik mijn buikspieren een moment van ontspanning gun.

Zou Edgar …?

We hoefden niet lang te wachten. Vrij snel kwam een collega van Edgar de drankjes brengen en kort daarna het eten.

Het zag er heel goed uit. Ik heb naderhand nog een tweede portie sprinkhanen besteld voor op de foto. En natuurlijk opgegeten, want ik ben een Nederlander: kopen = eten.

TT-Sprinkhanen op servet

De sprinkhanen worden eerst van pootjes en vleugeltjes ontdaan. Vervolgens worden ze bestrooid met kruidenzout en peterselie voordat de ze de frituurpan ingaan.

Het lijken wel ingebakerde baby’tjes of mummies.
Maar hoe vonden we het?

Wout had er een apart gevoel bij en ik vond het naar noten smaken. Een heel herkenbare notensmaak, maar pas later kon ik de smaak plaatsen. Ik had ooit de vergissing begaan om salade met sesamolie te proeven. Sesamolie, daar smaakten de sprinkhanen naar.
De textuur was knisperend als die van bladerdeeg. Zelfs de staart was niet hard.

We hebben het geproefd en we gaan het niet gauw nog eens doen.
Maar eten bij Tante Truus is voor veel herhaling vatbaar.
TT-rekening
Het bedrag op de rekening deed me aan een liedje van vroeger denken.

Advertenties

Friet koken

De aardappelen kosten bij AH de laatste tijd veel meer dan de patat friet. Normaal liggen de kiloprijzen vrijwel gelijk op rond 1 euro per kilo, maar inmiddels schieten de aardappelprijzen de pan uit.

Gisteren gekocht: 3 kg kruimige huismerkaardappels voor 4,29 euro. Dat is 1,43 euro per kilo.

AH-bon aardappelenAH-friet
Het huismerk friet van Appie kost vandaag 99 cent voor een kilozak.

Tijd voor een test: kunnen de voorgebakken frietjes ook gebruikt worden als gekookte aardappels bij de groente?

Het zou leuk  zijn als de smaak niet echt veel zou afwijken. Dan hoeven we geen aardappels meer te schillen en te snijden.
Het idee trok zo erg dat ik gisteravond een handjevol Franse frietjes van Aviko met de aardappels mee liet koken om te kijken of het idee zinvol was. Gedraagt voorgebakken friet zich als ongekookte aardappels?
En hoe zou het smaken?

Ik legde de frietjes in een vrijwel nooit gebruikt theezeefje en boog het handvat om om hem in het aardappelpannetje te kunnen laten passen.
Ik had natuurlijk een grotere pan kunnen pakken. Inderdaad, dat had ik kunnen doen.

Aardappels en friet koken

Na 10 minuten koken zag het er zo uit.

De frietjes gingen bevroren in de pan en warmden samen met de piepers op.
Na 5 minuten kooktijd proefde ik een frietje. Hij was zacht, maar de buitenkant had de textuur van een omhulsel.
Na 10 minuten was het beter, maar nog steeds was een omhulsel te proeven. Ook proefde ik in de verte iets van frituurvet.

Tegen de tijd dat de aardappels gaar waren, na 15 minuten, waren ook de frietjes gaar. Misschien iets te gaar, want sommige vielen uit elkaar.
Ze smaakten goed. Maar nog wel met die frituurvetsmaak in de verre verte.

Dit gaf goede moed om een echte maaltijd te gaan gebruiken om de ultieme test te doen. Wat gaan we eten?

Aardappels met Italiaanse roerbakgroenten, besloot Gerda vandaag, nadat ze bijgekomen was van de prijs van de verse sperziebonen.

Dus ze kocht een zak patat van AH, twee pakken Italiaanse roerbakmix uit de vriezer en een viertal satéburgers voor erbij.
Ze strooide een lading van de bevroren friet in een pannetje en deed er wat zout bij.

Friet in panVervolgens deed ze precies hetzelfde als anders: aan de kook brengen en een tijdje laten koken. Bij gewone geschilde aardappels is dat 15 minuten, maar nu het vrij kleine stukken aardappels zijn, liet ze ze 12 minuten koken.

En dat werkte erg goed. Die frietjes waren gaar.

Friet gaar in panWe proefden heel erg in de verte wel een beetje van het frituurvet waarmee de friet was voorgebakken, maar die smaak viel totaal weg toen de frietjes op het bord als een geheel werden geserveerd met groente en jus.

Friet op bordNet zo lekker als anders, vonden we allemaal.

Kokende vrouw, wat heb je nou geleerd?

1. Huismerk friet van de supermarkt kan goedkoper zijn dan ongeschilde aardappels. Het huismerk van Dirk (1debeste) is zelfs nog 10 cent per kilo goedkoper dan dat van AH.
2. De friet is al geschild en gesneden.
3. De kooktijd van friet is 20% korter dan die van aardappels.
4. Verwerkt in een gewone maaltijd proef je geen verschil tussen gekookte voorgebakken friet en gewone aardappels.

Wij gaan ons voorraadje aardappels opmaken en stappen over op gekookte patat friet. Tot de aardappels weer goedkoper zijn dan het huismerk friet.

Test: water in kippenvlees

Vlees kan worden opgepompt met water (dat heet ‘tumblen’), waardoor het zwaarder wordt en voor meer geld kan worden verkocht.
Dat mag. Europese regels verplichten een vleesverkoper om duidelijk op het etiket te vermelden wat er in een stuk vlees zit, dus ook water als het vlees voor meer dan 5% uit toegevoegd water bestaat. Het mag dan echter niet meer ‘vers vlees’ heten, maar ‘bereid product’ of iets dergelijks.
Vooral in Engeland schijn je nogal veel met waterkip te maken te krijgen. Natte kledder, afkomstig uit Nederland.

Omdat er goud geld met het oppompen te verdienen is, wordt er dus veel onderzoek naar de mogelijkheden gedaan. Eetjournalist Wouter Klootwijk schreef in 2007 dat uit Polen een verzoek bij TNO was neergelegd om een techniek te ontwikkelen voor vleeswaren waarbij 125% water kan worden toegevoegd. TNO heeft dat geweigerd, maar waarom zou het onderzoek al niet ergens in de praktijk worden toegepast?

En nogmaals, het mag. Als het maar op het etiket staat. En aangezien de ingrediënten op volgorde van hoeveelheid staan vermeld, zou het bij zo’n kletsnatte kip best eens zo op het etiket kunnen staan: water, kippenvlees.

Bij boterham-ham is het tumbelen geaccepteerd. Het is nodig voor het pekelen en om de ham niet te droog te laten worden bij het koken. Mensen klagen juist als er geen water in de ham zit, want dan vinden ze het te droog.
Bij Dirk van den Broek schijnt ham te worden verkocht met 60% water erin. Maar dat staat er niet zo op, natuurlijk. Er wordt immers uitgegaan van het totaalgewicht, dus vlees inclusief water. Pak een kilo ham en doe er 60% (= 600 gram) water bij, dan heb je 1600 gram ham-met-water. Het aandeel water in dit bereide varkensvleesproduct is dan geen 60%, maar 600/1600 x 100%= 37,5%. En dat getal zou dan op de verpakking komen.

Maar nu de hamvraag: hoeveel water zit er in een kip? En is er verschil tussen kippenvlees van de Appie en dat van de moslim?

Kip-moslim-etiketWe kochten bij de moslimslager 4 kippenbouten. Die wogen bij elkaar 2032 gram. Joekels dus.
Natuurlijk moet ervoor gezorgd worden dat er geen vet en water uit een margarine bijkomen. En gelukkig bereiden we al jaren de kip niet meer in de pan, maar in de oven. In een plastic zak.

Gerda trekt dan eerst het vel los en wrijft de kruiden in het vlees. Zo blijft de kruidensmaak niet beperkt tot het vel.
Daarna stopt ze ze in een braadzak en legt die in een ovenschaal. Na 5 kwartier is het vlees gaar, knipt ze de zak open en leegt hem in de ovenschaal.

Er is dan ook een hoeveelheid vloeistof uit het kippenvlees gekomen en dat vocht goot ik over in een maatbeker.
We zijn geen echte boutenkluivers en dus blijft er wel het een en ander aan vlees op de botten achter, maar we deden ons best om de botten zo kaal mogelijk te maken. Want zo konden we bepalen hoeveel van het totaalgewicht uit bot bestond. En alles bij elkaar leverde dat het volgende op:

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De grootste verrassing leverde de vloeistof op. Toen ik het een paar dagen de tijd had gegeven om te bezinken, bleek dat niet het vet bovenop dreef, maar het water. Dat donkere deel onder in de maatbeker is gestold kippenvet. Kijk maar:

Resumerend leverde 2032 gram kippenbout 358 gram botten op en bijna 250 ml vloeistof.
Voor het gemak reken ik een gram per milliliter. Dan is de hoeveelheid vlees op de botten 2032 – 358 – 250 = 1424 gram (ruwweg, want er was nog vlees op het bot achtergebleven en de vloeistofhoeveelheid is minder).
De hoeveelheid vet is 100 ml, dus de hoeveelheid water is ongeveer 150 ml.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van de moslimslager berekenen:
150/1424 x 100% = 10,5%
Het aandeel vet is 100/1424 x 100% = 7%

——————————————————

Kip-AH-etiketVoor meer geld kochten we bij Albert Heijn ook 4 kippenbouten, maar die wogen een stuk minder dan die van de moslimslager: 1573 gram.
Des te groter is de uitdaging: krijgen we dan ook meer nettovlees?

Gerda bereidde deze bouten op dezelfde manier en dat leidde na het eten ook tot soortgelijk afval: een bord met botten en een maatbeker met vloeistof.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

Er lijkt beduidend meer vloeistof uit de AH-kip te zijn gekomen dan uit de moslimkip. Dat is niet erg, als de hoeveelheid vlees ook groter zou zijn.

Duidelijk is te zien dat er meer vet is vrijgekomen dan bij de moslimkip. En dat lilt ook een stuk instabieler:


Het kippenvet onder in de maatbeker is zo’n 140 ml en de hoeveelheid water schat ik in op 130 ml. Ik ga weer even uit van 1 gram per milliliter, dus dan is de hoeveelheid vlees aan deze kippenbouten 1573 – 280 – 140 – 130 = 1023 gram.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van AH berekenen:
130/1023 x 100% = 12,7%
Het aandeel vet is 140/1023 x 100% = 13,7%

——————————————————–

Ik had graag gezien dat er meer water in de AH-kip zou zitten dan in de moslimkip (gewoon omdat ik een vooroordeel heb over supermarktvlees), maar dat lijkt niet het geval. Ook bestaan de bouten bij beide winkeliers voor bijna 18% uit bot.
Wel zit er tweemaal zoveel vet in de AH-kip. Maar of dat een structureel verschil is, zou een extra test moeten uitwijzen.
En dan kun je je afvragen of het wel zo erg is dat er vet in het vlees zit. Vet is een smaakmaker.

Het feit dat er 10% water in het kippenvlees zit en dat dit niet op het etiket is vermeld, betekent dat het geen geïnjecteerd water is en dat het gewoon bij de kip hoort.

De moslimbouten bestaan voor 70% uit vlees en die van AH voor 65%. Kijk, dat is een hoog kippenboutrendement van de moslimbouten, vooral omdat de kiloprijs van AH bijna de helft hoger is.

Maar voorlopig lijkt het erop dat ik m’n vooroordeel moet herzien.

Test: champignons zijn sponzen?

In de tijd dat ik me nog helemaal niet bezighield met de kwaliteit van voedselbereiding kon het me helemaal niet schelen hoe ik groente schoonmaakte. Gewoon alles schoonspoelen met water, en de aarde en het ongedierte spoelden vanzelf uit de etenswaren.

Het enige dat belangrijk was, was dat je eerst moest schoonspoelen en dan pas snijden, want niets is vervelender dan een halve naaktslak in de andijvie op je bord te vinden.

En dan opeens krijg je te maken met mensen die ‘het kunnen weten’. Schoonmoeder, echtgenote, kookvrienden. Allemaal hieven ze het vingertje: “Gij zult champignons niet afspoelen, maar afvegen”.
Dat mocht dan met een keukenpapiertje, maar er zijn ook speciale kwastjes om de champignons van de zwarte aarde te verlossen. Maar niet afspoelen, want champignons nemen heel veel water op. Champignons zijn net sponzen.

Al jaren had ik het in mijn kop zitten: “Dat zullen we nog wel eens zien!”
Ik wilde het gaan testen zodra ik champignons in huis had en elke keer vergat ik het.
Maar eindelijk herinnerde ik me dat voornemen vanmiddag, toen ik de champignons had gekocht voor de macaroni van morgen.

Tip: de champignons die oud zijn en bruine plekken hebben (en bij AH dus afgeprijsd zijn) zijn smaakvoller dan verse.

Testopstelling: een leeg champignonbakje en een elektronische weegschaal. Ik zette de weegschaal pas aan nadat ik het lege bakje erop had gezet.

Bakjeleeg

Vervolgens deed ik een aantal champignons in het bakje:

Champignons droog212 gram droge en schoongemaakte (met een keukenpapiertje) AH-champignons moesten de wetenschap gaan dienen.

Bakje vullen met water en me verbazen over het feit dat er ruim een pond water in zo’n lullig bakje gaat:

Champignons in water

Een uur later vond ik dat de champignons wel genoeg aan water hadden kunnen opnemen. Onder de kraan, tijdens het afspoelen, hadden ze minder kans gehad.
Ik gooide het bakje leeg en liet de champignons uitdruipen. Vervolgens woog ik het lege bakje om de weegschaal op nul te kunnen zetten en gooide de natte champignons erin.

Champignons met water228 gram. Dus de 212 gram droge champignons hadden in een uur tijd maar 16 gram water ‘opgenomen’. Ja, tussen aanhalingstekens, want de champignons voelden erg nat aan, dus veel water zat aan de oppervlakte en niet in de champignons.

Na het afdeppen van de natte champignons wogen ze nog maar 222 gram:

Champignons met water gedroogd

De mysterieuze 10 gram water denk ik te kunnen vinden onder de hoedjes van de paddenstoelen. Niet als geabsorbeerd water, maar als ingesloten water. Water dat alsnog zal verdwijnen tijdens het snijden.
Ik concludeer dan ook dat wat er door ‘kenners’ wordt beweerd:

Champignons zijn als sponzen

niet waar is.

Maar toen stelde mijn jongste zoon Wout een slimme vraag: hoeveel water neemt een spons eigenlijk op? Want anders kun je de vergelijking niet maken.
Ik pakte de natuurspons uit het keukenkastje en woog ‘m droog:

SponsdroogDe droge spons woog 8 gram.
Vervolgens maakte ik de spons doornat en liet hem uitdruipen tot het druipen stopte. En toen woog ik de natte spons:

SponsnatWat een leuk toeval: 108 gram. 8 gram natuurspons neemt 100 gram water op, dus ruim 12 keer zijn eigen gewicht. Dat is veel meer dan champignons opnemen.

Het is nu duidelijk bewezen: champignons zijn zeker niet te vergelijken met sponzen. De ‘kenners’ bazelen. Ze wauwelen elkaar na en doen geen enkele moeite om de ‘feiten’ te controleren.

Champignons nemen geen water op. Ik daag eenieder uit om mijn test te weerleggen.

Grillfest: die tropfende Bratwurst

Heerlijk, die eerste lekker warme lentedag. Zo lekker dat wij, met een achtertuin op het noorden, ook gewoon buiten konden zijn zonder warme kleding aan te hoeven.

21 oktober vorig jaar was het volgens tante Helga de laatste keer dat de temperatuur in de buurt kwam van vandaag in De Bilt: 20,7°C.

Helga van Leur 14 april 2013

We kregen de kans en namen hem: de eerste barbecue van het jaar. Normaal voorbehouden aan de dag dat oudste zoon jarig is (20 april) maar dit jaar is hij dan niet thuis, dus dan moeten we een andere kans grijpen.

We hebben ook meteen maar even de border bij de schutting van wat vrolijk plantgoed voorzien:

BorderLekker dagje gehad, vandaag.

IRL-mopje

Wat staat er op de onderkant van een Belgisch bierflesje?
Aan de andere kant openmaken.

In Nederland staat op de melkpakken: ‘Hier openen.’
In België staat op de melkpakken: ‘Thuis openen.’

Zomaar een paar mopjes van de webs geplukt die gaan over domme teksten op verpakkingen.

Wij drinken al een paar jaar Innocent fruit smoothies en pas gisteravond werd ik door mijn vrouw gewezen op de tekst in de hals van het pak:

Innocent shake
Dat zal toch ook geen mop zijn?

Chutney, een verloren gewaand recept

Ik ken mijn schoonfamilie al sinds mijn middelbareschooltijd. Mijn twee toekomstige zwagers waren, net als mijn broer en ik, mede-eigenaren van een schoonmaakbedrijf dat de trappenhuizen van twee flats elke week schoonmaakte.

Een jaar of vier na het opheffen van de schoonmaakploeg kregen Gerda en ik verkering. En toen mocht ik ook mee-eten bij haar ouders thuis.
Op tafel verscheen naast het warme eten ook een jampotje met onbestemde inhoud. Die inhoud moest, met mate, genuttigd worden in combinatie met het warme eten.
Onwennig en eenkennig sabbelde ik aan het voor mij onbekende, frisse goedje en ik was meteen overstag. Man man, wat was dat lekker. Ik kon er geen genoeg van krijgen.

Maar wat was dat nou eigenlijk voor spul? Schoonmama had het constant over ‘chutney’ en daar had ik nog nooit van gehoord. Maar ik wilde meer en ik kreeg meer. Jampotten vol. Te veel eigenlijk, want verplicht een grote etensvoorraad nuttigen haalt de exclusiviteit ervan af. Gelukkig was de voorraad chutney op, voordat het tegen ging staan.

Maar jaren later stelde ik mijn schoonmoeder toch maar eens de vraag: “Wil je die chutney van toen nog eens maken?” Waarop haar ontluisterende antwoord was dat ze het recept niet meer kon vinden. Ik zei dat ik wist dat ze het op een groen papiertje had opgeschreven en dat ze het misschien kon vinden in één van de vele kastlades die ze als onbestemde opslagruimte gebruikt.

Dit jaar belde ze triomfantelijk op: ze had het recept gevonden en ging de chutney maken. Ik was natuurlijk erg blij en keek reikhalzend uit naar het moment dat de chutney en ik herenigd zouden worden.
Maar dat moment liet nog even op zich wachten. Gelukkig maar, want de chutney bleek helemaal geen chutney te zijn. Het verhaal hierachter moet even in een terzijde.

Mijn schoonmoeder heeft een achternicht in de Verenigde Staten wonen. Deze mevrouw is inmiddels 102 jaar oud en de dochter van die nicht leek het een leuk idee om de geschiedenis van haar tak van de familie uit te gaan zoeken.
Ze stuurde een brief naar mijn schoonmoeder met een verzoek om informatie. Met die brief ging mijn schoonmoeder naar haar jongste zus Ricky. Tijdens dat bezoek vertelde ze dat ze chutney voor mij had gemaakt. En ze vertelde over het recept en wat ze precies gemaakt had.
Ricky zei dat dat geen chutney was, maar piccalilly.

Ricky wist waar het originele chutney-recept vandaan kwam, namelijk van de echtgenote van de chauffeur van haar inmiddels overleden man. Ze zocht direct contact met haar en nog diezelfde dag kon ze het recept ophalen.

En dit is het recept:

De zure appels zijn goudreinetten en de paprika is rood. En alles moet niet klein, maar fijn worden gesneden. Geen staafmixer gebruiken, want dat vernietigt de smaak en de textuur.

De chutney moet minstens drie weken in het donker ‘rijpen’ in de potten, want dan kunnen de smaken zich goed ontwikkelen. En na openen is de chutney hoogstens twee weken houdbaar, mits gekoeld.

Vorige week, tijdens ons grote 25-jarig huwelijksfeest, kwam mijn schoonmoeder met twee potten chutney aanzetten. Gemaakt volgens bovenstaand recept.
Het extra leuke is dat één van de potten zeker 22 jaar oud is. Volgens de THT van de witte tuinbonen (1992) moet die pot uit 1990 stammen, want witte tuinbonen zijn twee jaar houdbaar.

Zondag 14 oktober, op de dag dat mijn nicht Annabel 18 wordt, gaat ter vieringhe ende genot een pot open. Ik ben heel benieuwd of ik het spul net zo lekker zal vinden als het in m’n herinnering is.

Naar de tandarts

Vorige week ging oudste zoon Rik naar de tandarts voor een controlebeurt. En die wees uit dat er drie gaatjes in zijn boventanden zaten, net onder het tandvlees. Die moesten worden gerepareerd.
Daarnaast moest er tandsteen worden verwijderd en zou een stukje aan een afgebroken snijtand worden gezet.

Totale kosten: 270 euro.

Gisteren was het zover dat al die dingen werden uitgevoerd. Rik moest een uur met zijn mond open zitten en was helemaal niet blij.
Hij noemde het zelf ‘leren op de harde manier’. Maar het blijft natuurlijk jammer.

Stom toevallig verscheen gisteren in de Volkskrant een artikel over tandverzorging. En daarin staan bruikbare tips die ik aan Rik heb meegegeven. Een korte opsomming van wat er in het artikel staat:

  • Zuren verzwakken het glazuur, omdat ze de kalk erin oplossen.
  • Light-frisdranken zijn heel erg zuur. Cola-light is bijna net zo zuur als maagzuur.
  • Speeksel verdunt het zuur en enzymen in het speeksel zorgen voor een normalisering van de zuurgraad in de mond.
  • Je moet na het eten het speeksel zeker een uur de kans geven om zijn werk te doen. Als je meteen je tanden poetst, beschadig je de buitenste laag van je gebit en leg je de basis voor een gaatje.
  • Drink frisdrank door een rietje, zodat de drank niet met je gebit in aanraking komt.
  • Neem na het eten suikervrije kauwgom om de productie van speeksel te stimuleren.
  • Poets je tanden voordat je naar bed gaat. ’s Nachts wordt minder speeksel aangemaakt, waardoor bacteriën langer ongestoord de boel kunnen vernielen.
  • Het slechtste ontbijt voor je gebit bestaat uit yoghurt met cruesli en sinaasappelsap. De zuren vallen het gebit aan en de cruesli fungeert als schuurpapier. Advies: mond na de maaltijd met water spoelen en tandenborstel mee naar het werk.

Rik gaat gerichter poetsen en we hebben extra Xyli Fresh suikervrije kauwgom ingeslagen.

Afbeeldingsbron.

Papiertje om de kaas kost hastikke duur, jonguh!

Heb je je ooit afgevraagd wat je betaalt voor de verpakking van je verse broodbeleg? Is het je ooit opgevallen dat het schaaltje onder je ham per gram net zo veel kost als een gram van die ham?

Vorige week schrok ik en sloeg ik een beetje op tilt. Ik kocht bij de visboer 100 gram gesneden zalmfilet, voor op brood. Dat kost, volgens het prijskaartje, 4,50 euro.
Maar de verkoopster legde de zalm op een schaaltje, waardoor het geheel geen 100, maar 104 gram woog. En daardoor moest ik opeens 4,70 euro afrekenen.

20 cent voor een lullig kartonnen schaaltje, dat inkoop misschien maar 0,1 cent kost. Een verkoopprijs die 200 keer zo hoog is als de inkoopprijs. Een prijsopslag van 20.000%!

Ik heb dat niet geaccepteerd en de zalm werd na enig aandringen van mijn kant zonder schaaltje afgerekend.
Maar is het niet vreemd dat de prijs van zo’n schaaltje afhankelijk is van wat je erop legt? Hoe duurder het product, des te duurder het schaaltje.

Vandaag bij de kaasboer ging het ook zo. Normaliter wordt de kaas afgewogen zonder papier, maar vandaag was de kaasboer himself afwezig en stond er een meisje (zijn zus, weet ik uit betrouwbare bron (Gerda)). Ik kocht een stuk kaas en rekende precies 15 euro af. Dat is inclusief papier.

Thuis woog ik de kaas in het papier (1165 gram) en de kaas zonder papier (1153 gram). Het papier weegt dus 12 gram.
De kaas met papier kost dus 1500 / 1165 = 1,3 cent per gram. Het papier kost dan ook 1,3 cent per gram.
Oftewel: het papiertje om de kaas kost 12 x 1,3 = ruim 15 cent!

Als je maar een klein stukje kaas neemt, wordt het papier relatief een stuk duurder. Een ons van dezelfde kaas in plakjes kost ongeveer 1,50 euro. Maar het papiertje kost dan nog steeds 15 cent. En dan is het geen 1% van het totaalbedrag, maar bijna 8%.

Ik wil mijn advocaat

Tijdens onze fietsvakantie langs de middelpunten van Nederland kwamen we op de laatste dag langs boerderij ‘Groot Romselaar’. Deze boerderij ligt op de rand van Scherpenzeel. Hier is de locatie op Google Maps.

We zagen plotseling een tafeltje langs de kant van de weg. Daarop stonden dozen eieren en potjes advocaat uitgestald en die mocht je allemaal meenemen.

Betalen kon door het verschuldigde bedrag in een geldkistje te deponeren, maar een slechterik zou het spul zo kunnen meepakken.

We hebben een potje advocaat gekocht en de volgende dag genuttigd. Gadverdarrie, wat was dat lekker! Zacht-bitter en luchtig, zoals de luchtig geklopte pudding van vroeger. Heerlijk.

Een paar dagen later zijn we met de auto nog meer potjes advocaat gaan kopen. Voor thuis.
Het potje op de foto kostte 4,50 euro. Duur? Niet voor wat je ervoor krijgt.

Groot Romselaar. Een naam om te onthouden.