Friet koken

De aardappelen kosten bij AH de laatste tijd veel meer dan de patat friet. Normaal liggen de kiloprijzen vrijwel gelijk op rond 1 euro per kilo, maar inmiddels schieten de aardappelprijzen de pan uit.

Gisteren gekocht: 3 kg kruimige huismerkaardappels voor 4,29 euro. Dat is 1,43 euro per kilo.

AH-bon aardappelenAH-friet
Het huismerk friet van Appie kost vandaag 99 cent voor een kilozak.

Tijd voor een test: kunnen de voorgebakken frietjes ook gebruikt worden als gekookte aardappels bij de groente?

Het zou leuk  zijn als de smaak niet echt veel zou afwijken. Dan hoeven we geen aardappels meer te schillen en te snijden.
Het idee trok zo erg dat ik gisteravond een handjevol Franse frietjes van Aviko met de aardappels mee liet koken om te kijken of het idee zinvol was. Gedraagt voorgebakken friet zich als ongekookte aardappels?
En hoe zou het smaken?

Ik legde de frietjes in een vrijwel nooit gebruikt theezeefje en boog het handvat om om hem in het aardappelpannetje te kunnen laten passen.
Ik had natuurlijk een grotere pan kunnen pakken. Inderdaad, dat had ik kunnen doen.

Aardappels en friet koken

Na 10 minuten koken zag het er zo uit.

De frietjes gingen bevroren in de pan en warmden samen met de piepers op.
Na 5 minuten kooktijd proefde ik een frietje. Hij was zacht, maar de buitenkant had de textuur van een omhulsel.
Na 10 minuten was het beter, maar nog steeds was een omhulsel te proeven. Ook proefde ik in de verte iets van frituurvet.

Tegen de tijd dat de aardappels gaar waren, na 15 minuten, waren ook de frietjes gaar. Misschien iets te gaar, want sommige vielen uit elkaar.
Ze smaakten goed. Maar nog wel met die frituurvetsmaak in de verre verte.

Dit gaf goede moed om een echte maaltijd te gaan gebruiken om de ultieme test te doen. Wat gaan we eten?

Aardappels met Italiaanse roerbakgroenten, besloot Gerda vandaag, nadat ze bijgekomen was van de prijs van de verse sperziebonen.

Dus ze kocht een zak patat van AH, twee pakken Italiaanse roerbakmix uit de vriezer en een viertal satéburgers voor erbij.
Ze strooide een lading van de bevroren friet in een pannetje en deed er wat zout bij.

Friet in panVervolgens deed ze precies hetzelfde als anders: aan de kook brengen en een tijdje laten koken. Bij gewone geschilde aardappels is dat 15 minuten, maar nu het vrij kleine stukken aardappels zijn, liet ze ze 12 minuten koken.

En dat werkte erg goed. Die frietjes waren gaar.

Friet gaar in panWe proefden heel erg in de verte wel een beetje van het frituurvet waarmee de friet was voorgebakken, maar die smaak viel totaal weg toen de frietjes op het bord als een geheel werden geserveerd met groente en jus.

Friet op bordNet zo lekker als anders, vonden we allemaal.

Kokende vrouw, wat heb je nou geleerd?

1. Huismerk friet van de supermarkt kan goedkoper zijn dan ongeschilde aardappels. Het huismerk van Dirk (1debeste) is zelfs nog 10 cent per kilo goedkoper dan dat van AH.
2. De friet is al geschild en gesneden.
3. De kooktijd van friet is 20% korter dan die van aardappels.
4. Verwerkt in een gewone maaltijd proef je geen verschil tussen gekookte voorgebakken friet en gewone aardappels.

Wij gaan ons voorraadje aardappels opmaken en stappen over op gekookte patat friet. Tot de aardappels weer goedkoper zijn dan het huismerk friet.

Bullshitmanagement

save_your_jobEen lui blog.

Ik moest vandaag werken in een drukkerij en zag tijdens de koffiepauze een verhaaltje aan/op het prikbord hangen. Een grappig verhaal over overbodig management.

Te lui om de tekst over te typen zocht ik op internet de bron van het oorspronkelijke verhaal om te koppiepeesten, en gelukkig is er geen bron te vinden. Wel genoeg publicaties, maar op de eerste zoekpagina van Google weet niemand van wie de oorspronkelijke versie is.
Waardoor het verhaal voor iedereen grijpklaar ter publicatie ligt, in mijn ogen.

En ik kwam meer leuke verhalen tegen die vage functies even op hun plaats zetten. Zonder bronvermelding en met overgenomen taalfouten. Komen hunnie.

Het verhaal dat ik in die kantine las:

Bullshitmanagement 1

Er zijn vaak meer overeenkomsten tussen roeien en management dan zich op het eerste gezicht laat aanzien. Het nu volgend verhaal treft een vergelijking tussen de twee.

Een Nederlandse firma had een roeiwedstrijd tegen een Japanse firma georganiseerd. De wedstrijd zou met een acht mans boot op de Rijn worden gehouden. Beide equipes trainden lang en hard om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Toen de grote dag kwam, waren beide teams “topfit”. Toch wonnen de Japanners met een voorsprong van een kilometer. Het Nederlandse team was zwaar aangeslagen.

De oorzaak van deze vernietigende nederlaag moest absoluut boven water komen. Het topmanagement liet een projectteam vormen om het probleem te onderzoeken en om aanbevelingen te doen. Na lang onderzoek bleek dat de Japanners zeven mensen hadden die roeiden en dat één man stuurde, terwijl in het Nederlandse team één man roeide en zeven man stuurden.

De leiding nam een adviesbureau in de arm voor een studie over de structuur van het Nederlandse team. Na enkele maanden van aanzienlijke inspanningen kwamen de adviseurs ook tot de slotsom dat er te veel mensen stuurden en te weinig roeiden. Om een volgende nederlaag te voorkomen werd de teamstructuur ingrijpend veranderd. Er kwamen nu vier stuurmannen, twee hoofdstuurmannen, een stuurmanager en een roeier. Bovendien werd een prestatie- waarderingssysteem ingevoerd om die ene roeier nog meer te stimuleren.

Het jaar daarop wonnen de Japanners met een voorsprong van twee kilometer. Het management ontsloeg daarop de roeier wegens slechte prestaties, verkocht de roeispanen en stopte verdere investeringen in een nieuwe boot. Het adviesbureau werd geprezen en het resterende geld werd onder het management verdeeld.

Bullshitmanagement 2

Een man in een luchtballon is verdwaald. Hij zakt wat en ziet een vrouw op de begane grond lopen. Hij roept haar toe:

“Ik heb vrienden van mij beloofd mij over een uur ergens te vervoegen, maar ik heb geen idee waar ik nu precies ben”.

De vrouw roept terug: “U bevindt zich in een ballon op ongeveer tien meter boven de begane grond. U zit tussen de 51 en de 52 graden noorderbreedte en tussen de 5 en de 6 graden westerlengte”.

“U bent informaticus”, zegt de man.
“Inderdaad, hoe weet u dat?” vraagt de vrouw.

“Wel”, zegt de man, “U hebt mij een technisch perfecte uitleg gegeven, maar ik weet niet wat ik met uw informatie moet doen en heb nog steeds geen idee waar ik me bevind. In alle oprechtheid, u hebt me niet veel geholpen. Bovendien, u hebt mij nog eens kostbare tijd doen verliezen.”

“En u bent manager, neem ik aan?” antwoordt de vrouw.
“Klopt, hoe weet u dat?”

“Wel, u weet niet waar u zich bevindt, noch waar u naar toe moet. Een grote massa lucht heeft u gebracht waar u nu bent. U hebt een belofte gedaan waarbij u geen idee heeft hoe u die moet nakomen en u verwacht dat mensen die onder u staan, uw problemen oplossen.
Het feit is dat u zich in precies dezelfde situatie bevindt als vijf minuten geleden, alleen is het nu ineens mijn fout.”

Bullshitmanagement 3

In een kleine gemeente Lij aan de ene zijde van de rivier leefde de behoefte om veel vaker en sneller naar de andere gemeente Loef, aan de overkant van de rivier, te kunnen.

In Loef was dat niet anders. Nu moesten mensen een uur omfietsen en met een brug zou je in 10 minuten van Loef naar Lij kunnen.
Er werd een commissie gevormd die tot de conclusie kwam dat de brug in het algemeen belang was. Het was een publieke zaak.
Na stemming in beide gemeentes werd een tolbrug gerealiseerd.

De gemeentes namen afzonderlijk brugwachters in dienst en de brug werd operationeel. Al snel ontstonden in de uitvoering problemen. Wie doet wat wanneer en wie is waarvoor aansprakelijk.
Tevens ontstond er discussie over de tol. Moest die kostendekkend zijn of mocht je er ook aan verdienen.
Men kwam tot de conclusie dat deze zaken vroegen om een manager.

De manager en zijn maatregelen zouden betaald worden uit de tol. De manager kwam snel tot het inzicht dat dit een multidisciplinair probleem betrof. Interne en externe aansprakelijkheid, personele vraagstukken, veiligheidsaspecten, onderhoud en financiën om er zo maar enkele te noemen.

De manager verzocht de gemeentes om een staf te mogen aanstellen ter ondersteuning van dit managementvraagstuk. Tevens was hij de mening toegedaan dat het werken met twee gemeentes bijzonder tijdrovend en ineffectief was.

Hij kreeg toestemming tot verzelfstandiging. De B.V. ‘Over den brug’ werd opgericht. Deze B.V. mocht zelf de dienstregeling gaan bepalen en kreeg de vrije hand in de tariefvaststelling. De manager kreeg nu een belang bij het aantal bewegingen over de brug en het tarief, ofwel er ontstond een omzetvraagstuk dat om een marketingplan vroeg.

Hiervoor werd een marketingbureau ingeschakeld. Reclames op lichtmasten verschenen en bij elke passage kreeg je vlaggetjes, pennen en tassen.
Het toltarief was inmiddels vervijfvoudigd, met als gevolg dat de mensen maar weer om begonnen te fietsen.

Crisismanagement was aan de orde, want zo doorgaand zou de B.V. failliet gaan. De manager stelde een uitgaveverhoging voor, voor marketingactiviteiten. Deze extra uitgave, alsmede het weg te werken verlies, zou moeten komen uit efficiency. Deze efficiency werd gezocht en gevonden in een daling van de personeelskosten van het uitvoerend personeel, de brugwachters.

De brug zou minder lang open zijn, alleen nog bij daglicht, en door de mensen zelf de slagbomen etc. te laten open en sluiten kon men volstaan met minder brugwachters.
De brugwachters zelf konden door strakker management middels regels en procedures van een lager opleidingsniveau en dus salarisniveau zijn.

Hiermee werd een dreigend faillissement afgewend waarvoor de manager een prestatiebonus in ontvangst mocht nemen.

De consultant en de herder

Een herder hoedt zijn kudde schapen op een veld, en ziet op een gegeven moment een spiksplinternieuwe blinkende BMW in een stofwolk naderen.
De bestuurder, elegant gekleed in een pak van Versace, schoenen van Gucci, een bril van Ray Ban en een stropdas van Yves Saint Laurent, stopt en leunt uit het raam:
“Als ik jou precies vertel hoeveel schapen je hebt, krijg ik er dan eentje van je?”, vraagt hij aan de herder.
De herder kijkt de yup aan en zegt: “Oké, waarom niet?”.

De yup trekt onmiddellijk zijn Dell-laptop op schoot en verbindt deze met zijn mobieltje van KPN. Hij maakt verbinding met internet, surft naar een website van NASA en selecteert een navigatiesysteem om zijn exacte positie te bepalen.
Hij stuurt vervolgens de data naar een andere satelliet van NASA, die het hele gebied scant en hem een ultrascherpe foto stuurt. De yup opent Adobe Photoshop ©™ en stuurt de foto naar een laboratorium in Hamburg dat hem na enkele seconden een bericht stuurt op zijn mobiel, met de bevestiging dat de foto is bewerkt en opgeslagen. Via een ODBC-connectie maakt hij verbinding met een MS-SQL database en in een sheet van Excel met honderden ingewikkelde formules laadt hij alle data via de e-mail van zijn Blackberry. Na enkele minuten genereert het programma een antwoord van 150 pagina’s in kleur en de yup drukt deze af op zijn mini-HP-laserjet.
Hij kijkt de herder aan en zegt: “Je hebt exact 1586 schapen.”
“Dat klopt”, zegt de herder. “Je mag dus een schaap uitzoeken.”
De yup stapt uit, zoekt een dier uit en doet het in zijn achterbak.

Dan zegt de herder: “Als ik jouw beroep raad, geef je me dan het dier terug?”
De yup denkt even na en zegt: “Oké, waarom niet.”
De herder zegt: “Je bent een consultant.”
“Ongelooflijk”, zegt de yup. “Hoe weet je dat?”
“Da’s niet zo moeilijk”, zegt de herder. “Je verschijnt terwijl niemand daarom gevraagd heeft. Je stelt een vraag waar niemand op zit te wachten en je wilt betaald worden voor het antwoord, terwijl ik dat antwoord al weet.
En je begrijpt geen flikker van mijn werk.

Dus geef terug die hond!”

Luchtbuksschieten met Wout en Rik

Geweer opaOpaMijn opa (van moeders kant), landarbeider, had ergens in de jaren ’50 een luchtbuks gekocht. Een heel goeie, want mijn opa hield van kwaliteit.

Hij kocht hem in eerste instantie om de vogels van het land te verjagen. Mussen en duiven waren het doelwit. Hij schoot ze met groot gemak van het dak van de boerderijwoning.
Het spreekwoord luidt: ‘Het is zo heet dat de mussen van het dak vallen’. Ha! Toen ze dat spreekwoord bedachten hadden ze niet in de gaten dat mijn opa aan de andere kant van het huis die mussen van het dak aan het schieten was.

De merels mochten van opa wel blijven leven, want die zongen zo mooi.

Maar ik kan me voorstellen dat hij ook afleiding zocht. Als je met vrouw en vijf dochters in een boerenknechtwoninkje aan de troosteloze Zwingelspaansedijk bij Fijnaart woont, je als elfde kind gewoon op je elfde aan het werk moest terwijl God je wel hersens had gegeven om meer te kunnen, dan wil je je wel een keer uitbundiger uiten en je verloren ambities een uitlaatklep geven.

Mijn opa zette zijn hersens in om als zeer sociaal bewogen bestuurslid van de Nederlandse Arbeidersbond van het CNV op te komen voor de rechten van de arbeider. Maar daarnaast waren er nog een hoop jaren aan verloren jeugd te compenseren. En dat deed hij door op latere leeftijd de dingen te doen die een ‘normale’ jongen al veel eerder zou hebben gedaan

Een van die dingen was dus lekker schieten. En mijn broer en ik mochten in onze jongste jeugd in de jaren ’60 ook een keer met het geweer schieten op het land van opa’s baas.
Ik raakte niets, want ik keek helemaal verkeerd door het vizier. Maar het geweer had wel mijn hart gestolen.

Op mijn broers 23ste verjaardag, in 1983, overleed mijn opa en het geweer raakte uit beeld. De enige die het ding nog bewust aan opa linkte was ik. Het geweer hoorde bij opa, zo leek het in mijn hoofd vast te zitten. Net als zijn bolknak, waarvan hij de peuk altijd heel duurzaam tot pruim promoveerde en hij dus de hele sigaar van voor tot achter genotvol benutte.

Toen mijn oma in 2006 in een verzorgingshuis werd opgenomen, werd haar huisje opgeruimd en kwam het geweer tevoorschijn, gewikkeld in een oude deken. Er zat ook een blikje met diabolokogeltjes bij:

Diabolokogels

De kinderen van opa en oma (mijn moeder en haar vier zussen) waren het met elkaar eens dat ik het geweer mocht hebben en daar was ik heel erg blij mee.

Maar ja, en dan? Wat moet je met een goed werkende luchtbuks in een rijtjeshuis met een kleine tuin? Aan de muur hangen en stof laten vangen is wel een heel sneu einde aan het leven van een prachtproduct met mooie herinneringen.
Van de wet mag je gewoon een luchtdrukwapen bezitten en ook gebruiken, maar alleen op privéterrein. En het leek me niet zo verstandig om daar mijn achtertuin van 11 meter diep voor te gebruiken. Het zou wel kunnen, maar ik denk dat de buren me dan voor gevaarlijke gek zouden verslijten.

Dus stond het geweer jarenlang in de kledingkast. Af en toe pakte ik ‘m en richtte ergens op, maar schieten kon niet.
Maar naarmate de tijd verstreek, kon de wet me steeds minder schelen. En een tijdje geleden vroeg ik aan jongste zoon Wout of hij zin had om een keer te gaan schieten. Domme vraag aan een wapenliefhebber. Natuurlijk wilde hij dat wel. Maar waar dan?

Oudste zoon Rik zei dat het bos bij het scoutingclubhuis wel rustig zou zijn nu het vakantie is, en dus trokken Wout en ik de stoute schoen aan en gingen vanmiddag op pad met geweer, kogels en lege frisdrankblikjes om op te schieten.

Aangekomen in het bos zette Wout een blikje in de vork van een paar boomstamtakken, zo’n 10 meter verderop. Ik klikte de loop open, deed er een kogeltje in en klikte hem weer dicht.
Ik herinnerde me dat ik in opa’s tijd niets raakte met het geweer. En ik wilde dat nu mijn allereerste schot raak zou zijn.

Ik legde aan, richtte en schoot. RAAK!
Het blikje viel op de grond. Aan twee kanten zaten grote gaten. Aan de achterkant was het gat zelfs veel groter dan aan de voorkant. Het lullige windbukskogeltje gedroeg zich als een dumdumkogel.

Nu mocht Wout:

Wout richt

Ook zijn eerste schot was raak. En van 5 meter verderaf weer:

Hij heeft aanleg. En zo schoot hij de sterren van de hemel:

We zijn een uur in het bos aan het schieten geweest. Wouts zomervakantie kan nu al niet meer stuk en ik heb ook genoten.

En ik weet zeker dat opa het fantastisch had gevonden.

Naschrift
Ik besefte vlak na het publiceren van dit stukje opeens dat opa dit jaar 30 jaar dood is. En dat hij is overleden op 17 juli.
Balen. We hadden dit drie dagen geleden moeten doen.

Update 12 augustus. Vandaag ook gaan schieten met Rik. En hij raakt ze ook lekker. Ik ben erg onder de indruk van de schietkunsten van mijn zoons.
Rik heeft er een (Engelstalig) verhaal aan gewijd. Met filmpjes. Klik hier.

Test: water in kippenvlees

Vlees kan worden opgepompt met water (dat heet ‘tumblen’), waardoor het zwaarder wordt en voor meer geld kan worden verkocht.
Dat mag. Europese regels verplichten een vleesverkoper om duidelijk op het etiket te vermelden wat er in een stuk vlees zit, dus ook water als het vlees voor meer dan 5% uit toegevoegd water bestaat. Het mag dan echter niet meer ‘vers vlees’ heten, maar ‘bereid product’ of iets dergelijks.
Vooral in Engeland schijn je nogal veel met waterkip te maken te krijgen. Natte kledder, afkomstig uit Nederland.

Omdat er goud geld met het oppompen te verdienen is, wordt er dus veel onderzoek naar de mogelijkheden gedaan. Eetjournalist Wouter Klootwijk schreef in 2007 dat uit Polen een verzoek bij TNO was neergelegd om een techniek te ontwikkelen voor vleeswaren waarbij 125% water kan worden toegevoegd. TNO heeft dat geweigerd, maar waarom zou het onderzoek al niet ergens in de praktijk worden toegepast?

En nogmaals, het mag. Als het maar op het etiket staat. En aangezien de ingrediënten op volgorde van hoeveelheid staan vermeld, zou het bij zo’n kletsnatte kip best eens zo op het etiket kunnen staan: water, kippenvlees.

Bij boterham-ham is het tumbelen geaccepteerd. Het is nodig voor het pekelen en om de ham niet te droog te laten worden bij het koken. Mensen klagen juist als er geen water in de ham zit, want dan vinden ze het te droog.
Bij Dirk van den Broek schijnt ham te worden verkocht met 60% water erin. Maar dat staat er niet zo op, natuurlijk. Er wordt immers uitgegaan van het totaalgewicht, dus vlees inclusief water. Pak een kilo ham en doe er 60% (= 600 gram) water bij, dan heb je 1600 gram ham-met-water. Het aandeel water in dit bereide varkensvleesproduct is dan geen 60%, maar 600/1600 x 100%= 37,5%. En dat getal zou dan op de verpakking komen.

Maar nu de hamvraag: hoeveel water zit er in een kip? En is er verschil tussen kippenvlees van de Appie en dat van de moslim?

Kip-moslim-etiketWe kochten bij de moslimslager 4 kippenbouten. Die wogen bij elkaar 2032 gram. Joekels dus.
Natuurlijk moet ervoor gezorgd worden dat er geen vet en water uit een margarine bijkomen. En gelukkig bereiden we al jaren de kip niet meer in de pan, maar in de oven. In een plastic zak.

Gerda trekt dan eerst het vel los en wrijft de kruiden in het vlees. Zo blijft de kruidensmaak niet beperkt tot het vel.
Daarna stopt ze ze in een braadzak en legt die in een ovenschaal. Na 5 kwartier is het vlees gaar, knipt ze de zak open en leegt hem in de ovenschaal.

Er is dan ook een hoeveelheid vloeistof uit het kippenvlees gekomen en dat vocht goot ik over in een maatbeker.
We zijn geen echte boutenkluivers en dus blijft er wel het een en ander aan vlees op de botten achter, maar we deden ons best om de botten zo kaal mogelijk te maken. Want zo konden we bepalen hoeveel van het totaalgewicht uit bot bestond. En alles bij elkaar leverde dat het volgende op:

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De grootste verrassing leverde de vloeistof op. Toen ik het een paar dagen de tijd had gegeven om te bezinken, bleek dat niet het vet bovenop dreef, maar het water. Dat donkere deel onder in de maatbeker is gestold kippenvet. Kijk maar:

Resumerend leverde 2032 gram kippenbout 358 gram botten op en bijna 250 ml vloeistof.
Voor het gemak reken ik een gram per milliliter. Dan is de hoeveelheid vlees op de botten 2032 – 358 – 250 = 1424 gram (ruwweg, want er was nog vlees op het bot achtergebleven en de vloeistofhoeveelheid is minder).
De hoeveelheid vet is 100 ml, dus de hoeveelheid water is ongeveer 150 ml.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van de moslimslager berekenen:
150/1424 x 100% = 10,5%
Het aandeel vet is 100/1424 x 100% = 7%

——————————————————

Kip-AH-etiketVoor meer geld kochten we bij Albert Heijn ook 4 kippenbouten, maar die wogen een stuk minder dan die van de moslimslager: 1573 gram.
Des te groter is de uitdaging: krijgen we dan ook meer nettovlees?

Gerda bereidde deze bouten op dezelfde manier en dat leidde na het eten ook tot soortgelijk afval: een bord met botten en een maatbeker met vloeistof.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

Er lijkt beduidend meer vloeistof uit de AH-kip te zijn gekomen dan uit de moslimkip. Dat is niet erg, als de hoeveelheid vlees ook groter zou zijn.

Duidelijk is te zien dat er meer vet is vrijgekomen dan bij de moslimkip. En dat lilt ook een stuk instabieler:


Het kippenvet onder in de maatbeker is zo’n 140 ml en de hoeveelheid water schat ik in op 130 ml. Ik ga weer even uit van 1 gram per milliliter, dus dan is de hoeveelheid vlees aan deze kippenbouten 1573 – 280 – 140 – 130 = 1023 gram.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van AH berekenen:
130/1023 x 100% = 12,7%
Het aandeel vet is 140/1023 x 100% = 13,7%

——————————————————–

Ik had graag gezien dat er meer water in de AH-kip zou zitten dan in de moslimkip (gewoon omdat ik een vooroordeel heb over supermarktvlees), maar dat lijkt niet het geval. Ook bestaan de bouten bij beide winkeliers voor bijna 18% uit bot.
Wel zit er tweemaal zoveel vet in de AH-kip. Maar of dat een structureel verschil is, zou een extra test moeten uitwijzen.
En dan kun je je afvragen of het wel zo erg is dat er vet in het vlees zit. Vet is een smaakmaker.

Het feit dat er 10% water in het kippenvlees zit en dat dit niet op het etiket is vermeld, betekent dat het geen geïnjecteerd water is en dat het gewoon bij de kip hoort.

De moslimbouten bestaan voor 70% uit vlees en die van AH voor 65%. Kijk, dat is een hoog kippenboutrendement van de moslimbouten, vooral omdat de kiloprijs van AH bijna de helft hoger is.

Maar voorlopig lijkt het erop dat ik m’n vooroordeel moet herzien.

Who needs Photoshop?

Ik vind ze zo mooi dat ik ze wil delen. Acht foto’s die zo apart zijn dat ik er best trots op ben dat ik vandaag het positieve toeval aan mijn zijde had.

Aanschouw de fiets die waarschijnlijk al heel lang op de bodem van het Almeerse Weerwater ligt. Gefotografeerd vanaf een steiger.
Zonder poespas, zonder fotobewerking, zonder belichtingstrucs. Gewoon een pocketcamera en ontzettend veel mazzel.

Alle foto’s zijn klikbaar en geven een wat grotere afbeelding.

Fiets 1 Fiets 2 Fiets 3 Fiets 4 Fiets 5 Fiets 6 Fiets 7 Fiets 8

Abdicatie Beatrix

AbdicatieJa, ik was erbij, op de dag die we wisten dat zou komen.

Vol goede zin stond ik vanochtend om 6.30 uur op om de vroege trein naar Amsterdam CS te kunnen halen.
Veel te laat na het uitvoeren van mijn ochtendroutine (opstaan, plassen, wassen, tandenpoetsen, poepen [voor de Belgen: kakken] en de krant lezen, melk drinken, koffie drinken en verdergaan met krantlezen) wist ik dat ik wat was vergeten: koffie drinken.

Maar toen was ik al gearriveerd op de Dam te ’s Neerlands hoofdstad. En dat alles om ons vorstenhuis te kunnen behagen door mijn aanwezigheid bij de troonswisseling.

Ik nam de trein van 7.20 uur. Op het perron van Almere-Muziekwijk werd via de intercom gewaarschuwd voor hevige drukte op Amsterdam CS en werd aanbevolen om via Amsterdam-Zuid te reizen en daarvandaan naar de Dam te gaan.
Maar daar had ik poep aan en zonder problemen en in alle rust wandelde ik van Amsterdam CS richting de Dam. Geen drukte te bekennen. Dat alle autoverkeer uit het centrum werd geweerd, zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan dat rustige beeld.

Abdicatie1Het stukje Amsterdam tussen Centraal Station en de Dam zag er niet heel bijzonder uit op deze bijzondere dag. Wel vielen de vele 1-persoons-

Abdicatie2a

2-persoons-

Abdicatie2ben 3-persoonsreportageploegen uit de buitenlanden op:

Abdicatie2Bij de Beurs van Berlage woeien de wimpels al heen en al weer:

Abdicatie3

En natuurlijk kent iedereen inmiddels de kronen op de Bijenkorf:

Abdicatie4Maar het was allemaal erg mager, qua feestelijke uitstraling.

Rond 8 uur arriveerde ik bij het paleis op de Dam. Het was totaal niet druk.

Abdicatie6De wereldpers had een podium van drie verdiepingen gekregen. Het lijkt mij afschuwelijk om in zo’n voorgekauwd keurslijf je beroep te moeten uitoefenen. Maar ja, je kunt er wel unieke beelden van de gebeurtenis schieten:

Abdicatie5

Dat is beter dan de positie van de blonde mevrouw die ik aantrof op mijn wachtplek in de beginnende meute. Zij bleek journaliste van het AD te zijn en ze interviewde de mensen in haar directe omgeving, maar ze kon niet meer zien dan ik:

Abdicatie7En dan sta je te wachten tot er wat gaat gebeuren. Fotootje hier:

Abdicatie8a

Fotootje daar. Der W von Wilhelm, drei Finger in der Luft. Macht schon, macht schon.

Abdicatie8bFotootje van oud-Hollandsch haakwerk. Uitgevoerd door de echtgenote van een heel aardige meneer die met haar zijn derde leg op de wereld had gezet, zo ving ik op tijdens het interview met de journaliste van het AD:

Abdicatie8c

Heel erg aardige mensen en ik kon het bijzonder goed met hen vinden tijdens een kletspraatje. Ze zijn zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van Nederland en ik heb ze een trip naar The Amsterdam Dungeon geadviseerd. De oudste dochter had echter enge verhalen daarover gehoord, dus mama gaat eerst in haar eentje een verkennend bezoek brengen voordat ze haar kinderen eraan bloot wil stellen.

De oranje Tompoucen van Appie smaakten menigeen zeer goed. Er kwamen aardig wat mensen met een doos met van die taartjes langs:

Abdicatie8dEn de meneer met dit republikeinse bord is gearresteerd:

Deze meneer is gearresteerdRond 9 uur viel het me opeens op dat men vergeten was de zonnewijzer op de Nieuwe Kerk op zomertijd te zetten. En dan zou die alsnog een half uur achterlopen:

Abdicatie8f

En zo kabbelde het wachten prettig voort. Ik at braaf mijn meegenomen bammetje:

Abdicatie8g

Onder de goedkeurende blikken van Juul en haar mama Wilhelmina, die vanuit Madame Tussaud de boel in de gaten hielden:

Abdicatie8h

En daar sta ik dan. Daar ergens:

Daar sta ik dan

En daar is ’t dan, het moment dat Wimlex vaak in zijn dromen zag is eindelijk … hier. Live opgenomen vanaf de Dam, met commentaar van het 25.000-koppige publiek:

De vlag van Beatrix werd gestreken en die van Wimlex moest gehesen. Maar dat ging niet meteen volgens plan. Het ondertekenen van het Grote Boek was nog niet klaar en daar verscheen Wimlex’ vlag al boven het paleis. Te vroeg en men trok gehaast de vlag weer naar beneden:

Maar toen drie minuten later het laatste regeringslid het abdicatie-document had getekend, werd alsnog een geslaagde poging gewaagd:

En toen was het weer wachten. Nog een klein kwartiertje zou het duren, maar toen kwamen Beatrix, Willem-Alexander en Máxima op het bordes voor de bordesscène, ter bevrediging van het smachten van het verzamelde plebs.
Helaas bleken de mensen voor me opeens reuzen. Ze leken gerangschikt zoals een groenteboer zijn groenten tentoonstelt: de grootste vooraan.

Beatrix vertrok, de triple-A trippelde het bordes op en wij en zij bezwaaiden malkander.

Bordesscene2

Gelukkig vond een treurig iemand op internet nog een link naar de Oorlog:

Amalia Hitlergroet

“…ben ik van Duitsen bloed…”

En toen was het voorbij. Ik heb 2½ uur staan wachten voor een toneelstukje van 5 minuten.
Maar ik vond het het wachten waard. Been there, done that, but didn’t buy the T-shirt.

Nog één keer het Koningslied

RutjekutDachten we dat de ophef over het Koningslied een beetje over was, dat iedereen inmiddels wel gewend was geraakt aan het lied, komt men met nieuwe inzichten: “De ‘W’ van Willem, drie vingers in de lucht, kom op, kom op” is een alternatieve Hitlergroet die in Duitsland verboden is.

De “Kühnengruß” is in 1970 bedacht door Neo-Nazi Michael Kühnen. De gewone Hitlergroet is verboden en daarom bedacht hij dit alternatief:

Kuehnen2

Ik viel bijna van m’n stoel toen ik dit vanochtend in de krant las. Niet alleen is het gebaar voor de ‘W’ van Willem heel anders, namelijk met wijs-, middel- en ringvinger, maar veel belangrijker is de vraag: hoe bestel je morgen op de ‘kroningsdag’ drie bier zonder voor fascist te worden uitgemaakt?

Of hoe vier je je derde doelpunt in een wedstrijd?

Kuehnen1

Inmiddels is ook de Kühnengroet verboden in Duitsland, maar ik vraag me wel af waarom mensen in Nederland de Oorlog er zo graag bij willen halen.

Wél leuk is de Duitse vertaling van het Koningslied. Een letterlijke vertaling en zodanig gebracht dat we er hier thuis erg om gelachen hebben:


.
Bekijk en beluister het officiële Koningslied hier.

En helemaal strak is hoe Albert Heijn is ingesprongen op de hype. Ik ging vanmiddag boodschappen doen en kwam de fijngesneden andijvie tegen. Die is in de aanbieding en AH had een extra sticker op de groentezak geplakt:

AH-stamppotHumor van de bovenste plank, daar onder in het schap.

Morgen, op de dag die ik wist dat zou komen, ga ik waarschijnlijk (ik weet het nog niet zeker) naar de Dam, maar ik ga eerst ’s ochtends de ‘onthuldiging’ van de Koningslinde bij ons Almeerse stadhuis meemaken. Ik was erbij toen ie geplant werd en nu wil ik er ook bij zijn als hij in gebruik wordt genomen.

Koninglindeplanting

Voor vanavond de ‘W’ van zuurkoolstamppot en voor morgen: hou je veilig!

Tweede Coentunnel – Open Dag (Update 6 mei)

Coentunnel CroonAmsterdam heeft eigenlijk altijd een probleem gehad met zijn zeeverbinding. Tot een kleine 200 jaar geleden moest je via de Zuiderzee (nu IJsselmeer) en Texel varen om op de Noordzee te komen.

In de Zuiderzee, bij de monding van het IJ, was het pampus (de ondiepe stroomgeul) de enige toegang tot de Amsterdamse haven.

Holland-vaarkaart

En het pampusprobleem werd groter naarmate de schepen groter werden. In de 18de eeuw kwamen de grootste zeilschepen vaak niet verder dan Texel. De lading werd daar dan overgeladen op kleinere schepen.

In het begin van de 19de eeuw werd het verzanden van de vaargeulen in de Zuiderzee een steeds groter probleem en werd tussen Den Helder en Amsterdam het Noordhollands Kanaal gegraven. Dat opende in 1824.

Noordhollands kanaal

Het Noordhollands Kanaal. Links ligt Amsterdam aan het IJ, rechts Den Helder en boven de Noordzee.
Het noorden is dus rechts.

Zo konden de zware oorlogsschepen en Oost-Indiëvaarders toch naar Amsterdam varen. Ook was er een mogelijkheid om militair materiaal van Amsterdam naar Den Helder te vervoeren. De economie van Den Helder bloeide.

Toen kwamen de grote stoomboten. Daar was het Noordhollands Kanaal niet op berekend, dus opnieuw was Amsterdam in last.
Het IJ was destijds een binnenzeetje van de Zuiderzee dat doorliep tot Velsen. Het idee om daar, waar Holland ‘op zijn smalst’ was, de duinen door te graven en een nieuwe verbinding met de Noordzee te realiseren, was al erg oud. Het was alleen nooit uitgevoerd. Daarin moest verandering komen. En na wat strubbelingen over de uitvoering begon een Engelse aannemer op 8 maart 1865 het kanaal te graven.
Elf jaar later, op 1 november 1876, werd het Noordzeekanaal geopend. En werd het stuk Noord-Holland boven Amsterdam in feite een eiland.

noordzeekanaal_NHkanaal

Noord-Holland in perspectief. Datering van de tekening: 1860.

Het Noordzeekanaal was voor de bewoners langs de nieuwe oevers een ingrijpende gebeurtenis. Ze konden niet meer zomaar naar de overkant. Om het leed te verzachten, is bij het verlenen van de concessie om het kanaal te graven (in 1861) bepaald dat er bij bruggen en ponten geen tol zou worden geheven.
Vanaf 1876 verzorgden verschillende ponten dan ook gratis overvaart om mensen, dieren en voertuigen naar de overkant van het Noordzeekanaal te brengen.

Naarmate het autobezit toenam, nam ook het aantal overtochten toe. De belangrijkste pont over het Noordzeekanaal, Hempont nr. 9 tussen Zaandam en het industriegebied van Amsterdam, vervoerde eind jaren 1950 dagelijks 5.800 auto’s. De wachttijden liepen op tot drie kwartier.

Er moest een tunnel komen om de doorstroom van het verkeer over het Noordzeekanaal te verbeteren en op 1 juli 1961 begon men met de aanleg ervan.
Vijf jaar later, op 21 juni 1966, en 45 miljoen gulden verder waren de Coentunnel en de bijbehorende 11 kilometer autoweg een feit.
Die 45 miljoen gulden van 1966 zou vandaag de dag 101.557.185 euro waard zijn.
En 47 eurocent.

In de jaren 1990 bleek de capaciteit van de Coentunnel echter te klein. Elke dag stond er ’s ochtends een file van noord naar zuid en steeds vroeger in de middag van zuid naar noord.
Er moest een tunnel bijkomen. Op 7 september 2009 startte de bouw van de tweede Coentunnel naast de oude Coentunnel.

Mijn broer Kees was via zijn werkgever Croon o.a. verantwoordelijk voor de veiligheids-automatisering. Daarnaast beheerde hij het eisenpakket. Het ontwerp van de tweede Coentunnel moest voldoen aan een lijst van 7.000 eisen. De allerbelangrijkste eis was (in mijn eigen woorden):

Er moet een kruising komen tussen de weg en het water waarbij schepen van oneindige hoogte moeten kunnen passeren.

Oftewel een tunnel. Eén eis gehad, nog 6.999 te gaan.

Afgelopen zaterdag, 20 april, was er een open dag voor alle bedrijven die aan de bouw van de tweede Coentunnel hebben meegedaan. Medewerkers mochten gezinsleden meenemen en aangezien mijn broer, mijn vader en ik gezinsleden zijn, mochten wij ook komen kijken. Gerda ging ook gezellig mee.

De nieuwe tunnel herbergt zes rijstroken, waarvan er twee als wisselstrook worden gebruikt en een als spitsstrook:

tweede-coentunnel

Schets van Rijkswaterstaat van de indeling van beide Coentunnels. Het aanzicht is vanuit het zuiden.
Opvallend is dat de geschetste vluchtstrook aan de rechterkant van de nieuwe tunnel in werkelijkheid niet bestaat. Er is in plaats daarvan een spitsstrook aan de linkerkant van die tunnelbuis.

Als je vanaf de rode pijl kijkt, zie je onderstaand bord. Ik vraag me af wat er met de ‘L’ van ‘Leeuwarden’ gebeurt wanneer de tekst op het linkergedeelte omklapt.

Spitsstrook

Na een bekertje koffie liepen we van het ontvangstcentrum naar de tunnel en wandelden vanuit de kant van Zaandam de tunnel binnen via de twee wisselstroken.

Lichtkrant

Het lijkt niks, maar ik vond het best een belevenis. Het was de eerste keer van m’n leven dat ik een tunnel in een snelweg op m’n gemak kon bewandelen.
Die toeter bovenop de tunnel herbergt vier grote ventilatoren die het fijnstof uit de tunnel afzuigen:

FijnstofafzuigerVan onderen is er weinig te zien:

StofafzuigerMaar dat er weinig is te zien boeit me niet. Ik heb de kans gehad om via die ‘schoorsteen’ naar de buitenlucht te kijken. En dat lukt niet als ik straks met m’n auto door deze tunnel rij.

Natuurlijk heeft een tunnel een diepste punt, want anders gaat de weg niet omhoog en komen we niet meer terug op het aardoppervlak:

22 meter onder NAP

Kees aapt op het laagste punt van de tunnel een Japanse toerist na.
Links op de foto is een van de brandbluskasten met intelligente apparatuur te zien, waar hij de programmatuur voor heeft ontworpen.

Via een nooduitgang staken we de vluchtgang tussen de tunnelbuizen over en belandden in de grote tunnelbuis.

Vluchtgang

Vluchtgang tussen de tunnelbuizen.

Doorgang

Tijdens de wandeling werden regelmatig alarmmeldingen gedaan. Dan klonk er een oproepsignaal en werd in het Nederlands en Engels gemeld dat er een noodsituatie was of een spookrijder. Dat was zo’n oorverdovend geluid dat een aantal mensen hun vingers in de oren propte.
Helaas bleek tijdens het afluisteren van de opname dat ik mijn goede geluidsapparatuur in m’n andere pak had laten zitten:

Wat opviel was, dat het geluid overal goed te verstaan was. De tunnel is ruim een kilometer lang en het is natuurlijk de bedoeling dat de waarschuwingen overal goed verstaanbaar zijn. Dat wordt bereikt door het geluid bij elke speakerset vertraagd door te laten, zodat je op een bepaalde plaats niet de echo te horen krijgt van de luidsprekers verderop. Knap stukje werk van de geluidstechnici.Vingers in oren

Op al mijn filmpjes binnen de tunnel is een paarse ‘lichtregen’ te zien: verticale lichtstrepen. Deze worden waarschijnlijk veroorzaakt door de LED-verlichting in de tunnel. Als iemand een goede verklaring voor deze strepen kan geven, hou ik me aanbevolen.

De eigenlijke tunnel, dus het deel onder water, bestaat uit vier rechthoekige kokers (segmenten) van 178,5 meter lang.
Basisschool ‘De Klimop’ bezocht de bouwplaats van de tunnelsegmenten in Barendrecht:

Coentunnel Barendrecht bouwdok

De vier tunnelsegmenten zoals ze er eind 2010 gebroederlijk bijlagen in het bouwdok van Rijkswaterstaat in Barendrecht.

Het bouwdok ligt naast de Oude Maas. In maart 2011 werd het bouwdok via grote buizen gevuld met water uit de Oude Maas, waardoor de hermetisch gesloten tunnelsegmenten gingen drijven en naar Amsterdam konden worden versleept.

De tunnelsegmenten werden in de periode van 19 maart tot 9 april 2011 in vier vaartochten vanuit Barendrecht over zee versleept naar IJmuiden en daar bij doodtij zo snel mogelijk door de Noordersluis getransporteerd. Bij doodtij kan de sluis aan beide kanten korte tijd worden opengezet, zodat het lange tunnelsegment in een keer het Noordzeekanaal op kan worden gesleept.
Sinds de vorige reportage (filmpje hierboven) zijn de tunnelsegmenten 5 meter breder geworden en 1,5 meter lager. Volgens de voice-over, tenminste:

Na het afzinken en monteren van de tunnelsegmenten werd de binnenkant van de tunnel afgewerkt. De bodem werd bedekt met een dikke laag beton om te voorkomen dat de tunnel gaat drijven en ook werden de wanden bij de verbindingen van de tunnelstukken bedekt met Trespa. Dat is een brandvertragende kunststof die de kwetsbare tunnelverbindingen en -afdichtingen beschermt tegen vlammen:

Tunneldeelscheiding

Ik kon ook eindelijk eens testen of het klopt wat er geschreven staat. Op de snelwegen zijn de witte strepen altijd drie meter lang en de zwarte tussenstukken negen meter.
Als je in de auto voortraast, heb je er geen goed zicht op en lijken de strepen veel korter. Maar als je meetelt tijdens het rijden, blijken er toch echt maar acht strepen tussen de hectometerpaaltjes te passen.
Dus nu moest het er maar van komen. Met mijn 1,77 meter ging ik naast een streep liggen en mijn vader fotografeerde het bewijs:

Pieterstreep

Via de brede tunnelbuis liepen we terug naar de ontvangstruimte. Daar werden we vergast op (gratis) patat, hotdogs, poffertjes, haring, ijs en drinken naar behoefte. Het was allemaal zeer goed verzorgd.

Tijdens het nuttigen van het eten kon je kijken naar een filmpje over het verloop van de bouw van de tunnel. Helaas heb ik niet de originele film te pakken kunnen krijgen, dus bekijk hieronder mijn filmpje van het filmpje:

Half mei komt de minister op bezoek om de tunnel te openen en daarna zal het originele filmpje beschikbaar komen voor de buitenwereld.
Als alles goed gaat rijdt maandagochtend 13 mei om 5 uur de eerste auto door de nieuwe tunnel. De oude Coentunnel gaat diezelfde dag voor een jaar dicht om te worden gerenoveerd.

Geniet ondertussen van Rijkswaterstaats animaties over de wegen die naar deze tunnel leiden. Het wordt een gigantische wegenspaghetti rond de Coentunnel.

Coentunnel noord

Zicht vanaf de noordkant (uit de richting Zaandam).

Coentunnel zuid

Zicht vanaf de zuidkant (uit de richting Den Haag).

En ik? Ik sta ook in de toekomst op maandagochtend nog steeds in de file op de A1 en dat zal voorlopig nog wel zo blijven.

Update 6 mei 2013. Komende Hemelvaartsdonderdag 9 mei gaat de A10-west ter hoogte van de Coentunnel dicht en worden met 1200 man in vier dagen tijd de wegen aangesloten op de nieuwe tunnel.
De A10 (vanuit het zuiden) en de A8 (vanuit het noorden) gaan worden aangesloten op de nieuwe tunnel en de aansluiting van de A5 (Westrandweg) op de A10 zal worden geëffectueerd.

Alle elektronische systemen gaan worden getest, zoals portalen, lichtmasten, afsluitbomen, verkeersdetectielussen (250 paar), 51 onderstations, hoogtedetecties, calamiteitendoorgangen, SDS/SOS en verrijdbare vangrail.

Een beperkte opsomming van wat in die vier dagen gaat worden gebruikt en weggewerkt:
– 20.000 ton freesmateriaal, 30 frezen;
– 12.000 m3 zand;
– 10.000 ton funderingsmateriaal;
– 23.500 ton asfalt, 8 asfaltploegen per dag. 4 dagen lang;
– 3 asfaltcentrales;
– 3000 vrachtwagenbewegingen;
– 26 km markering aanbrengen;
– 6 km geleiderail herplaatsen;
– diverse voegconstructies;
– en nog veel meer.

Maandagochtend 13 mei moet de tweede Coentunnel opengaan voor het verkeer en gaat de oude Coentunnel dicht voor renovatie.