Bullshitmanagement

save_your_jobEen lui blog.

Ik moest vandaag werken in een drukkerij en zag tijdens de koffiepauze een verhaaltje aan/op het prikbord hangen. Een grappig verhaal over overbodig management.

Te lui om de tekst over te typen zocht ik op internet de bron van het oorspronkelijke verhaal om te koppiepeesten, en gelukkig is er geen bron te vinden. Wel genoeg publicaties, maar op de eerste zoekpagina van Google weet niemand van wie de oorspronkelijke versie is.
Waardoor het verhaal voor iedereen grijpklaar ter publicatie ligt, in mijn ogen.

En ik kwam meer leuke verhalen tegen die vage functies even op hun plaats zetten. Zonder bronvermelding en met overgenomen taalfouten. Komen hunnie.

Het verhaal dat ik in die kantine las:

Bullshitmanagement 1

Er zijn vaak meer overeenkomsten tussen roeien en management dan zich op het eerste gezicht laat aanzien. Het nu volgend verhaal treft een vergelijking tussen de twee.

Een Nederlandse firma had een roeiwedstrijd tegen een Japanse firma georganiseerd. De wedstrijd zou met een acht mans boot op de Rijn worden gehouden. Beide equipes trainden lang en hard om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Toen de grote dag kwam, waren beide teams “topfit”. Toch wonnen de Japanners met een voorsprong van een kilometer. Het Nederlandse team was zwaar aangeslagen.

De oorzaak van deze vernietigende nederlaag moest absoluut boven water komen. Het topmanagement liet een projectteam vormen om het probleem te onderzoeken en om aanbevelingen te doen. Na lang onderzoek bleek dat de Japanners zeven mensen hadden die roeiden en dat één man stuurde, terwijl in het Nederlandse team één man roeide en zeven man stuurden.

De leiding nam een adviesbureau in de arm voor een studie over de structuur van het Nederlandse team. Na enkele maanden van aanzienlijke inspanningen kwamen de adviseurs ook tot de slotsom dat er te veel mensen stuurden en te weinig roeiden. Om een volgende nederlaag te voorkomen werd de teamstructuur ingrijpend veranderd. Er kwamen nu vier stuurmannen, twee hoofdstuurmannen, een stuurmanager en een roeier. Bovendien werd een prestatie- waarderingssysteem ingevoerd om die ene roeier nog meer te stimuleren.

Het jaar daarop wonnen de Japanners met een voorsprong van twee kilometer. Het management ontsloeg daarop de roeier wegens slechte prestaties, verkocht de roeispanen en stopte verdere investeringen in een nieuwe boot. Het adviesbureau werd geprezen en het resterende geld werd onder het management verdeeld.

Bullshitmanagement 2

Een man in een luchtballon is verdwaald. Hij zakt wat en ziet een vrouw op de begane grond lopen. Hij roept haar toe:

“Ik heb vrienden van mij beloofd mij over een uur ergens te vervoegen, maar ik heb geen idee waar ik nu precies ben”.

De vrouw roept terug: “U bevindt zich in een ballon op ongeveer tien meter boven de begane grond. U zit tussen de 51 en de 52 graden noorderbreedte en tussen de 5 en de 6 graden westerlengte”.

“U bent informaticus”, zegt de man.
“Inderdaad, hoe weet u dat?” vraagt de vrouw.

“Wel”, zegt de man, “U hebt mij een technisch perfecte uitleg gegeven, maar ik weet niet wat ik met uw informatie moet doen en heb nog steeds geen idee waar ik me bevind. In alle oprechtheid, u hebt me niet veel geholpen. Bovendien, u hebt mij nog eens kostbare tijd doen verliezen.”

“En u bent manager, neem ik aan?” antwoordt de vrouw.
“Klopt, hoe weet u dat?”

“Wel, u weet niet waar u zich bevindt, noch waar u naar toe moet. Een grote massa lucht heeft u gebracht waar u nu bent. U hebt een belofte gedaan waarbij u geen idee heeft hoe u die moet nakomen en u verwacht dat mensen die onder u staan, uw problemen oplossen.
Het feit is dat u zich in precies dezelfde situatie bevindt als vijf minuten geleden, alleen is het nu ineens mijn fout.”

Bullshitmanagement 3

In een kleine gemeente Lij aan de ene zijde van de rivier leefde de behoefte om veel vaker en sneller naar de andere gemeente Loef, aan de overkant van de rivier, te kunnen.

In Loef was dat niet anders. Nu moesten mensen een uur omfietsen en met een brug zou je in 10 minuten van Loef naar Lij kunnen.
Er werd een commissie gevormd die tot de conclusie kwam dat de brug in het algemeen belang was. Het was een publieke zaak.
Na stemming in beide gemeentes werd een tolbrug gerealiseerd.

De gemeentes namen afzonderlijk brugwachters in dienst en de brug werd operationeel. Al snel ontstonden in de uitvoering problemen. Wie doet wat wanneer en wie is waarvoor aansprakelijk.
Tevens ontstond er discussie over de tol. Moest die kostendekkend zijn of mocht je er ook aan verdienen.
Men kwam tot de conclusie dat deze zaken vroegen om een manager.

De manager en zijn maatregelen zouden betaald worden uit de tol. De manager kwam snel tot het inzicht dat dit een multidisciplinair probleem betrof. Interne en externe aansprakelijkheid, personele vraagstukken, veiligheidsaspecten, onderhoud en financiën om er zo maar enkele te noemen.

De manager verzocht de gemeentes om een staf te mogen aanstellen ter ondersteuning van dit managementvraagstuk. Tevens was hij de mening toegedaan dat het werken met twee gemeentes bijzonder tijdrovend en ineffectief was.

Hij kreeg toestemming tot verzelfstandiging. De B.V. ‘Over den brug’ werd opgericht. Deze B.V. mocht zelf de dienstregeling gaan bepalen en kreeg de vrije hand in de tariefvaststelling. De manager kreeg nu een belang bij het aantal bewegingen over de brug en het tarief, ofwel er ontstond een omzetvraagstuk dat om een marketingplan vroeg.

Hiervoor werd een marketingbureau ingeschakeld. Reclames op lichtmasten verschenen en bij elke passage kreeg je vlaggetjes, pennen en tassen.
Het toltarief was inmiddels vervijfvoudigd, met als gevolg dat de mensen maar weer om begonnen te fietsen.

Crisismanagement was aan de orde, want zo doorgaand zou de B.V. failliet gaan. De manager stelde een uitgaveverhoging voor, voor marketingactiviteiten. Deze extra uitgave, alsmede het weg te werken verlies, zou moeten komen uit efficiency. Deze efficiency werd gezocht en gevonden in een daling van de personeelskosten van het uitvoerend personeel, de brugwachters.

De brug zou minder lang open zijn, alleen nog bij daglicht, en door de mensen zelf de slagbomen etc. te laten open en sluiten kon men volstaan met minder brugwachters.
De brugwachters zelf konden door strakker management middels regels en procedures van een lager opleidingsniveau en dus salarisniveau zijn.

Hiermee werd een dreigend faillissement afgewend waarvoor de manager een prestatiebonus in ontvangst mocht nemen.

De consultant en de herder

Een herder hoedt zijn kudde schapen op een veld, en ziet op een gegeven moment een spiksplinternieuwe blinkende BMW in een stofwolk naderen.
De bestuurder, elegant gekleed in een pak van Versace, schoenen van Gucci, een bril van Ray Ban en een stropdas van Yves Saint Laurent, stopt en leunt uit het raam:
“Als ik jou precies vertel hoeveel schapen je hebt, krijg ik er dan eentje van je?”, vraagt hij aan de herder.
De herder kijkt de yup aan en zegt: “Oké, waarom niet?”.

De yup trekt onmiddellijk zijn Dell-laptop op schoot en verbindt deze met zijn mobieltje van KPN. Hij maakt verbinding met internet, surft naar een website van NASA en selecteert een navigatiesysteem om zijn exacte positie te bepalen.
Hij stuurt vervolgens de data naar een andere satelliet van NASA, die het hele gebied scant en hem een ultrascherpe foto stuurt. De yup opent Adobe Photoshop ©™ en stuurt de foto naar een laboratorium in Hamburg dat hem na enkele seconden een bericht stuurt op zijn mobiel, met de bevestiging dat de foto is bewerkt en opgeslagen. Via een ODBC-connectie maakt hij verbinding met een MS-SQL database en in een sheet van Excel met honderden ingewikkelde formules laadt hij alle data via de e-mail van zijn Blackberry. Na enkele minuten genereert het programma een antwoord van 150 pagina’s in kleur en de yup drukt deze af op zijn mini-HP-laserjet.
Hij kijkt de herder aan en zegt: “Je hebt exact 1586 schapen.”
“Dat klopt”, zegt de herder. “Je mag dus een schaap uitzoeken.”
De yup stapt uit, zoekt een dier uit en doet het in zijn achterbak.

Dan zegt de herder: “Als ik jouw beroep raad, geef je me dan het dier terug?”
De yup denkt even na en zegt: “Oké, waarom niet.”
De herder zegt: “Je bent een consultant.”
“Ongelooflijk”, zegt de yup. “Hoe weet je dat?”
“Da’s niet zo moeilijk”, zegt de herder. “Je verschijnt terwijl niemand daarom gevraagd heeft. Je stelt een vraag waar niemand op zit te wachten en je wilt betaald worden voor het antwoord, terwijl ik dat antwoord al weet.
En je begrijpt geen flikker van mijn werk.

Dus geef terug die hond!”

Lekker langzaam (Update 19 juli 2013)

zwartekipadvocaatVandaag was ik eindelijk toe aan de 4-meise wetenschapsbijlage van de Volkskrant. Ik probeer altijd wel zoveel mogelijk van de rest van de kranteninhoud te lezen, maar de zaterdagse bijlages kun je goed bewaren voor later.

Vlak voordat ik pagina V7 opsloeg, werd er aangebeld. Twee knulletjes van rond de 20 jaar stonden voor de deur. Ze leurden met de Telegraaf.
“Ik lees een krant, dus geen Telegraaf”, zei ik. Helaas begrepen ze de insinuatie niet.
“Welke krant, meneer?”
“De Volkskrant” repliceerde ik.
“O, precies het tegenovergestelde van de Telegraaf”, zei de ene. Hij had niet in de gaten hoe waar die opmerking in mijn ogen was.
En weg gingen ze, als jehova’s op weg naar de volgende voordeur. Met dit verschil dat een fatsoenlijke jehova tenminste nog bereid is om zijn voet op te offeren als die tussen de deur wordt geplet.

Mijn oog viel op een klein artikeltje over het oudste nog lopende natuurkundige experiment: druppelend pek.

In vaste toestand en bij kamertemperatuur is pek een harde stof. Zoals glas kun je het met een gerichte hamerslag in brokken meppen:

pitch slapMaar in tegenstelling tot glas blijkt pek wél een soort van vloeibaar. Dat is namelijk een eigenschap van bitumen. Maar het is zo hoog-viskeus dat het heel lang duurt voor je iets ziet dat op stroming duidt.

Australië, 1927. Op de universiteit van Queensland te Brisbane werkte professor Thomas Parnell een experiment uit. Hij bevestigde een glazen trechter in een frame en sloot de onderkant van die trechter af. Vervolgens goot hij verwarmde pek in de trechter en liet dit gedurende drie jaar settelen in die trechter.

In 1930 sneed hij de onderkant van de trechter open en ging zitten wachten tot de pek ging stromen.

Pitch_drop_experiment

Het duurde wel een tijdje voordat er iets gebeurde. Maar na een paar jaar vormde zich een langgerekte pekdruppel die in december 1938 losliet en op de bodem van het opvangglaasje viel.
In februari 1947 viel de tweede druppel en zo ging dat met een aardige regelmaat door. Zo ongeveer om de 8 jaar viel er een druppel.

Hoe langzaam dat gaat is te zien in het volgende filmpje. Een jaar aan druppelvorming is daarin samengevat in 10 seconden.


Er is uitgerekend dat deze pek 230 miljard keer ‘stroperiger’ is dan water bij deze temperatuur.

Het experiment is rijp voor een Ig Nobelprijs, wordt her en der geroepen. Maar het is wel degelijk serieus te noemen:


Na het vallen van de zevende druppel in 1988 heeft men een klimaatregeling geïnstalleerd, zodat de omstandigheden in de loop van de tijd wat constanter zouden zijn. Dat had meteen tot gevolg dat de achtste druppel niet na acht, maar pas na ruim twaalf jaar viel, op 28 november 2000.

Tel je die ruime twaalf jaar door, dan is het te verwachten dat de negende druppel een dezer dagen gaat vallen.
Aangezien niemand de vorige druppels echt heeft zien vallen, zijn er webcams op het experiment gezet. Als u zin heeft, kunt u op deze website live meekijken.

Spann0nd!

Update 19 juli 2013.

In Dublin loopt ook een experiment met een camera erop. En daar is vorige week donderdag 11 juli een vallende druppel geregistreerd op camera:

In Australië zijn ze nog aan het wachten.

Nog één keer het Koningslied

RutjekutDachten we dat de ophef over het Koningslied een beetje over was, dat iedereen inmiddels wel gewend was geraakt aan het lied, komt men met nieuwe inzichten: “De ‘W’ van Willem, drie vingers in de lucht, kom op, kom op” is een alternatieve Hitlergroet die in Duitsland verboden is.

De “Kühnengruß” is in 1970 bedacht door Neo-Nazi Michael Kühnen. De gewone Hitlergroet is verboden en daarom bedacht hij dit alternatief:

Kuehnen2

Ik viel bijna van m’n stoel toen ik dit vanochtend in de krant las. Niet alleen is het gebaar voor de ‘W’ van Willem heel anders, namelijk met wijs-, middel- en ringvinger, maar veel belangrijker is de vraag: hoe bestel je morgen op de ‘kroningsdag’ drie bier zonder voor fascist te worden uitgemaakt?

Of hoe vier je je derde doelpunt in een wedstrijd?

Kuehnen1

Inmiddels is ook de Kühnengroet verboden in Duitsland, maar ik vraag me wel af waarom mensen in Nederland de Oorlog er zo graag bij willen halen.

Wél leuk is de Duitse vertaling van het Koningslied. Een letterlijke vertaling en zodanig gebracht dat we er hier thuis erg om gelachen hebben:


.
Bekijk en beluister het officiële Koningslied hier.

En helemaal strak is hoe Albert Heijn is ingesprongen op de hype. Ik ging vanmiddag boodschappen doen en kwam de fijngesneden andijvie tegen. Die is in de aanbieding en AH had een extra sticker op de groentezak geplakt:

AH-stamppotHumor van de bovenste plank, daar onder in het schap.

Morgen, op de dag die ik wist dat zou komen, ga ik waarschijnlijk (ik weet het nog niet zeker) naar de Dam, maar ik ga eerst ’s ochtends de ‘onthuldiging’ van de Koningslinde bij ons Almeerse stadhuis meemaken. Ik was erbij toen ie geplant werd en nu wil ik er ook bij zijn als hij in gebruik wordt genomen.

Koninglindeplanting

Voor vanavond de ‘W’ van zuurkoolstamppot en voor morgen: hou je veilig!

Malle Babbe

Adele Bloemendaal -  Malle BabbeIk was een kind, hoe kon ik weten …

In 1973 zong Rob de Nijs voor het eerst het lied over Malle Babbe op zijn langspeelpee ‘In de Uren van de Middag’. Ik was toen 11 jaar oud en had geen idee waar het liedje over ging.
Ook toen twee jaar later het nummer opnieuw werd uitgebracht en toen een grote hit werd, had ik er nog steeds geen idee van.

Ja, over een hoer, zo wijs was ik wel geworden in die twee jaar. Maar wie of wat Malle Babbe was, dat vroeg ik me toen niet zo af en dus zocht ik het ook niet op, omdat de informatie toen nog niet zo makkelijk (lees: zonder al te veel moeite) te krijgen was. Mijn ouders schaften pas in 1976 de Grote Oosthoekencyclopedie aan.

Nu Floris Mulder van museum ‘Het Dolhuys’ in Haarlem afgelopen week bekendmaakte dat Malle Babbe niemand minder was dan Barbera Claes ben ik maar eens gaan zoeken. De wens om te weten zit blijkbaar toch dieper dan ik besefte. Want hij schrijft dat ze een verstandelijk beperkte vrouw was, opgesloten in het Dolhuys, dat toen nog een werkhuis was voor geesteszieken, en ik vroeg me af waarom ze ruim 300 jaar later als hoer werd neergezet.

De persoon Malle Babbe werd vereeuwigd door de Vlaams-Hollandse schilder Frans Hals (ca. 1583-1666). De ouders van Frans waren in 1586 vanuit Antwerpen gevlucht voor de Spaanse overheerser en sindsdien woonde Fransje Hals in Haarlem.

Na een eerder huwelijk trouwde Frans in 1617 voor de tweede keer, met Lysbeth Reyniersdochter. Ze kregen uit dit huwelijk elf kinderen.
Zijn dochter Sara werd opgenomen in een tucht- en werkhuis (het Dolhuys), omdat ze als ongetrouwde jonge vrouw tweemaal zwanger was geraakt. Ook een zoon van Frans, Pieter, werd hier opgenomen. In deze inrichting werd ook Barbera ‘Malle Babbe’ Claes van 1646 tot haar dood in 1663 verzorgd.Malle Babbe

Frans Hals schilderde Barbera rond 1634 en noemde het schilderij ‘Malle Babbe’, oftewel ‘Gekke Barbera’.
Door de gelaatsuitdrukking van de vrouw stond het schilderij ook bekend als ‘De heks van Haarlem’.

Volgens kenners zou ze door jodiumtekort bij haar moeder en bij haarzelf lichaamseigenschappen vertonen als dwerggroei, een typisch gelaat en een ernstig achtergebleven geestelijke ontwikkeling (cretinisme).

Hoe kende Frans Hals eigenlijk deze vrouw? Barbera werd pas ruim 10 jaar na het maken van het schilderij in het Dolhuys opgenomen, waar zijn dochter en zoon ook zaten, dus je kunt aannemen dat hij haar niet van daar kende.

Haarlem was in de Middeleeuwen de meest fameuze bierstad van Holland. Haarlemse bieren waren populair, hadden eigen soortnamen en werden geëxporteerd naar alle uithoeken van het land en via Hulst en Sluis Vlaanderen binnengebracht. Het Haarlemse bier was zo populair, dat het in protectionistische gebieden als Friesland illegaal moest worden geïmporteerd en onder de toog verkocht.
Er waren in Haarlem in de hoogtijdagen van het Haarlems bier meer dan 110 brouwerijen.
Tussen 1518 en 1663 waren er 533 brouwers aan het werk, waarvan 95 brouwsters.
Er zullen in Haarlem dan ook heel veel herbergen moeten zijn geweest in die tijd.

Een heel aangename theorie komt van bierschrijver Henri Reuchlin. Volgens hem is het heel waarschijnlijk dat Barbera Claes de uitbaatster was van de Haarlemse herberg Bastaert-Pijp in de Smedestraat. De Smedestraat was zo’n beetje dé uitgaansbuurt van Haarlem en Frans Hals woonde daar om de hoek. Het zou niet vreemd zijn als hij regelmatig een biertje is wezen drinken bij Barbera en hij haar dus al heel lang kende voordat ze werd opgenomen.

Barbera werd in 1646 opgepakt en weggestopt in het Dolhuys wegens ‘onzedelijk gedrag’. Nou is dat nogal een vage omschrijving in een kroegengebied. Het zal toch niet zo zijn dat ze is opgepakt omdat ze met de rokken omhoog op de tafels danste. Dan zou ze al veel eerder zijn gearresteerd lijkt me. Als je als kroegbazin onzedelijk gedrag vertoonde, moet je toch wat meer doen dan dat.

De uil op Malle Babbes schouder symboliseert verlokking en misleiding. De uil is lichtschuw en houdt van de duisternis. De uil is metafoor voor alles wat het licht niet mag zien, zoals zonde en duistere praktijken.
Zou ze dan misschien echt een hoer zijn geweest? Zou ze niet alleen haar bier maar ook haar lichaam hebben aangeboden?
Rond halverwege de zeventiende eeuw kwamen brandewijn en jenever vanuit de zuidelijke Nederlanden erg in zwang. Dat ging ten koste  van de bierbrouwers. Zou de teruggang van de bierverkoop de reden kunnen zijn dat Barbera haar lichaam moest verkopen om te kunnen overleven?

De enige manier om erachter te komen waarom Barbera als hoer wordt neergezet is, door de schrijver van het lied te interviewen. Maar die is al ruim 10 jaar dood.
In 1970 gaf zangeres Adèle Bloemendaal opdracht aan de Haarlemse tekstschrijver Lennaert Nijgh om een nummer over Malle Babbe te schrijven. Hij schreef ‘Malle Babbe’ in de ik-vorm en eigenlijk vind ik deze vertolking van Adèle Bloemendaal veel aangrijpender dan die van Rob de Nijs:


.
Hoe is het mogelijk dat deze best lelijke vrouw bezongen zou gaan worden als hoer? Natuurlijk zal het uiterlijk van de vrouw niet het belangrijkste zijn als een man heel erg geil is en de vrouw goedkoop en gewillig.
Ik weet nog uit mijn jeugd in Zaandam dat er bij het huis van een van mijn beste vrienden regelmatig vreemde donkere mannen (gastarbeiders, leerde ik later) naar binnen gingen voor een kort bezoek, en zijn moeder was nou ook niet bepaald erg knap. Maar als de man erg ver van huis is, moet hij af en toe toch zijn lusten kunnen botvieren.
Ze hoerde waarschijnlijk goed, want zo konden de ouders van deze goede vriend elke maand 25 Staatsloten kopen. Tenminste, dat staat me zo bij. Of ze hadden misschien wel heel vaak prijs waardoor ze dat konden doen, want van het loon van de vader (hij was arbeider in een kogellagerfabriek) was dat toen (jaren ’60) hoogstwaarschijnlijk niet mogelijk.

———————————————————-

In het kader van het Frans Halsjaar, waarmee het 100-jarig bestaan van het Frans Halsmuseum wordt gevierd, presenteert museum Het Dolhuys in Haarlem het programma ‘De mythe van Malle Babbe’. Een uitgebreid aanbod van rondleidingen, workshops en diners brengt de bezoeker naar het leven aan de rafelrand in de zeventiende eeuw.

Gewoon mooi

Het principe is simpel: zorg ervoor dat het zwaartepunt onder het ophangpunt ligt en maak geen onbeheerste bewegingen. Dat principe zie je ook terug bij de fietsers die over een hooggespannen touw fietsen en waarbij het grootste gewicht zich onder het touw bevindt. Spectaculair gezicht, maar niet heel moeilijk om te doen.
Onderstaand kunstwerk wordt gerealiseerd door de stokken krom te maken en steeds langer, en te zorgen voor een zwaar punt aan het lange uiteinde.

Iedereen kan dit, als je maar het juiste, lichte materiaal hebt en de lichaamsbeheersing. Maar het is in mijn ogen een vorm van kunst. De manier van filmen heeft daar een belangrijke bijdrage in.

Dubbelzinnige Volkskrant

In de Volkskrant van vandaag staat een artikel over een nuttig project voor allochtone vrouwen: Boxershorts als werkervaring (abonnement vereist). En er is daarbij een ondertitel geschreven die zo ontzettend dubbelzinnig is, dat ik me afvraag of het bij het beleid hoort om de inhoud van artikelen leesbaarder en toegankelijker te maken:

Bij Van Hulley in Groningen worden oude overhemden vermaakt tot boxershorts. Allochtone vrouwen krijger [sic] er een naaiopleiding. ‘Elheme en Hulya zijn de gulpenkoninginnen.’

Het gaat niet zozeer om het woord ‘naaiopleiding’. Waarom moet je zo’n opleiding tot coupeuse anders noemen?
Maar de combinatie met ‘gulpenkoninginnen’ maakt het hele gebeuren erg broeierig, en dit stuk van de subtitel lijkt me in combinatie met veelal gehoofddoekte dames niet gepast.

Aan de andere kant, het is een citaat van wat een van oorsprong Turkse mevrouw heeft gezegd. Maar ik vind dat de redactie best wat zorgvuldiger met haar woorden had kunnen omgaan en er dus geen hilarische zin van had moeten maken.
Want je maakt mij niet wijs dat ze ter redactie niet hebben zitten gniffelen om deze dubbelzinnige woordvondst.

Moederdag

Wat is het toch leuk om door je oude paperassen en computerdocumenten te struinen. Ik vond een mooi dingetje dat Gerda een keer aan haar moeder gaf voor Moederdag: een ingepakt lief briefje.

Lieve moeder,

Je wilde niets hebben voor Moederdag.
En toch wilde ik je wat geven.
Dus op naar de winkel om niets te kopen.

Op de terugweg naar huis heb ik iets gevonden.
Thuis heb ik wat oud inpakpapier uit de prullenbak gered.
Koffie- en vetvlekken heb ik er een beetje afgeveegd.

Want je wilde niets hebben.
En dan zal je ook niets krijgen.
Lekker puh!

Mooi ding, hè, dit “geen-moederdagcadeau”.
Maar uiteindelijk gaat het om de betekenis van de inhoud.
En die houdt in hoe ik over je denk:

Je bent …

Liefs, Gerda

Het cadeautje bleek een grote kiezelsteen te zijn, die we ooit in de tuin als versiering hadden liggen. Gerda had er een tekst opgeschreven:

Je bent een kei van een moeder.

Kerstpakket van Appie is binnen!

Je mag een gegeven paard niet in de mond kijken, maar toch …

Mijn zoons werken bij Albert Heijn. Vanavond kwam oudste zoon thuis met zijn AH-kerstpakket. En daarin zit ook het meest wansmakelijke tasje dat ik ooit heb gezien, zeker voor mannen:

Tasje Appie
Whoeps!

Volgende keer een harpje, Appie?

.

Verhip, dat tasje zit ook in het beautypakket van Etos:

Beautypakket EtosEtos Online.

Win één van de 50 goedgevulde beauty Kerstpakketten! De pepernoten in onze buik maken plaats voor Kerst-kriebels. Want Kerst is hét moment om uit te pakken en er van top tot teen fantastisch uit te zien. Kies jij voor een verleidelijke en glamourous look deze Kerst? Doe mee aan de win-actie en wie weet krijg jij één van die 50 goedgevulde Kerstpakketten cadeau! Laat onderaan dit bericht weten hoe jij het liefst deze Kerst beleeft en maak kans. Je kunt meedoen aan deze win-actie tot maandag 10 december 11.00 uur. Om 12.00 uur maken we de winnaars bekend.

De vetkaars

Afgelopen oktober zat een amateur-historicus te snuffelen in oude documenten van de Deense familie Plum en vond tussen de 4000 documenten een kopie van een oud sprookje, dat sprookjesschrijver Hans Christian Andersen (1805-1875) 190 jaar geleden heeft geschreven en dat nog nooit gepubliceerd was.
Het sprookje gaat over een teleurgestelde, vieze vetkaars die zoekt naar erkenning en die pas vindt als een tondeldoos hem aansteekt.

Ik heb het sprookje hieronder opgeschreven. Het is uit het Deens vertaald door Edith Koenders, in opdracht van de Volkskrant.

[Aanhalingstekens openen]

vetkaarsHet sputterde en spatte, terwijl de vlammen aan de ketel lekten; het was de wieg van de vetkaars – en uit de warme wieg rees een schitterende kaars; zo smetteloos wit en slank gevormd dat iedereen hem een lichte en stralende toekomst voorspelde – en dat hij echt alle beloften zou inlossen.

Het schaap – een schattig schaapje – was de moeder van de kaars en de smeltkroes was zijn vader. Van zijn moeder had hij zijn stralend witte lijf en gevoel voor het leven, en van zijn vader had hij een allesverterend verlangen naar het vuur, dat hem zijn leven lang zou doen ‘stralen’.

Ja, zo was hij gemaakt en gegroeid, toen hij zich met de hoogste en lichtste verwachtingen in het leven stortte. Daar ontmoette hij zo wonderbaarlijk veel andere schepselen, waarmee hij zich inliet, omdat hij het leven wilde leren kennen – in de hoop zijn eigen plek daarin te vinden.
Maar hij was te onbevangen, de wereld gaf alleen om zichzelf en helemaal niets om de vetkaars. De wereld begreep niet wat de kaars voor nut had, en gebruikte hem daarom alleen maar voor haar eigen doeleinden en pakte de kaars verkeerd beet; zwarte vingers maakten steeds grotere vlekken op het maagdelijk wit, dat gaandeweg verdween onder het vuil van de buitenwereld, waarmee hij veel te nauw in aanraking was gekomen, meer dan hij kon verdragen.

Het verschil tussen rein en onrein kon hij niet maken, maar diep van binnen was hij nog onschuldig en onbedorven. Toen zijn valse vrienden zagen dat ze zijn ziel niet konden raken, gooiden ze hem weg als een nutteloos ding. Maar de zwarte buitenkant stootte alle goede vrienden af, ze waren bang dat het zwart zou afgeven, en dat ze besmeurd zouden worden – en dus bleven ze op een afstand.

Daar stond nu die arme vetkaars, alleen en verlaten. Hij wist zich geen raad. Het drong tot hem door dat hij verstoten was door het goede en dat hij slechts een werktuig in handen van het slechte was geweest. Hij voelde zich zo oneindig ongelukkig, omdat hij een nutteloos leven had geleid, ja zelfs het mooie in zijn omgeving had bezoedeld. Hij begreep niet waarom hij gemaakt was, waarom hij op aarde moest zijn – om misschien uiteindelijk zichzelf en anderen te gronde te richten. Hij dacht steeds dieper na, maar hoe meer hij nadacht, hoe mismoediger hij werd, want hij zag nergens iets goeds, geen echte betekenis, of een doel dat hem met zijn geboorte was meegegeven. Het was alsof de zwarte laag ook zijn ogen had bedekt.

Maar toen ontmoette hij een vlammetje, een tondeldoos. Die kende de kaars beter dan de kaars zichzelf kende; want de tondeldoos zag zo helder – dwars door de buitenkant – en daar binnenin zag hij zoveel goeds; daarom kwam hij dichterbij en het werd de kaars licht te moede; hij ontbrandde en zijn hart smolt. De vlam lichtte op – als een vreugdefakkel bij een bruiloft. Alles om hem heen werd licht en helder, en dat opende de weg voor zijn omgeving, voor zijn echte vrienden – die nu de waarheid in de gloed van de kaars konden zien.

Maar ook zijn lijf was sterk genoeg om de brandende vlam te dragen. Druppel voor druppel, rond en vol, als de kiemen van nieuw leven, droop het kaarsvet omlaag en bedekte het oude vuil. Het was niet alleen de lichamelijke maar ook de geestelijke oogst van de bruiloft. En de vetkaars had zijn plek in het leven gevonden- en had laten zien dat hij een echte kaars was, die nog lang zou schijnen voor zijn eigen genoegen en dat van de schepselen om hem heen.

[Aanhalingstekens sluiten]

Ik ben er niet kapot van.

Evolutie is geen breien

Citaat van de dag van 4 december:

Levende wezens worden geselecteerd op eigenschappen die het voortbestaan bevorderen, niet op eigenschappen die prijzenswaardig zijn maar anderzijds volstrekt nutteloos. Een jachtluipaard dat zichzelf een mooie trui kan breien, met blauw-rode banen en pompeblêden, maar dat door een te zware lichaamsbouw geen succesrijk jager is, zal niet blijven voortbestaan,- hoe hoog de kunst van het breien voorts ook wordt aangeslagen onder jachtluipaarden.

De Lachende Theoloog op zijn weblog.