Test: water in kippenvlees

Vlees kan worden opgepompt met water (dat heet ‘tumblen’), waardoor het zwaarder wordt en voor meer geld kan worden verkocht.
Dat mag. Europese regels verplichten een vleesverkoper om duidelijk op het etiket te vermelden wat er in een stuk vlees zit, dus ook water als het vlees voor meer dan 5% uit toegevoegd water bestaat. Het mag dan echter niet meer ‘vers vlees’ heten, maar ‘bereid product’ of iets dergelijks.
Vooral in Engeland schijn je nogal veel met waterkip te maken te krijgen. Natte kledder, afkomstig uit Nederland.

Omdat er goud geld met het oppompen te verdienen is, wordt er dus veel onderzoek naar de mogelijkheden gedaan. Eetjournalist Wouter Klootwijk schreef in 2007 dat uit Polen een verzoek bij TNO was neergelegd om een techniek te ontwikkelen voor vleeswaren waarbij 125% water kan worden toegevoegd. TNO heeft dat geweigerd, maar waarom zou het onderzoek al niet ergens in de praktijk worden toegepast?

En nogmaals, het mag. Als het maar op het etiket staat. En aangezien de ingrediënten op volgorde van hoeveelheid staan vermeld, zou het bij zo’n kletsnatte kip best eens zo op het etiket kunnen staan: water, kippenvlees.

Bij boterham-ham is het tumbelen geaccepteerd. Het is nodig voor het pekelen en om de ham niet te droog te laten worden bij het koken. Mensen klagen juist als er geen water in de ham zit, want dan vinden ze het te droog.
Bij Dirk van den Broek schijnt ham te worden verkocht met 60% water erin. Maar dat staat er niet zo op, natuurlijk. Er wordt immers uitgegaan van het totaalgewicht, dus vlees inclusief water. Pak een kilo ham en doe er 60% (= 600 gram) water bij, dan heb je 1600 gram ham-met-water. Het aandeel water in dit bereide varkensvleesproduct is dan geen 60%, maar 600/1600 x 100%= 37,5%. En dat getal zou dan op de verpakking komen.

Maar nu de hamvraag: hoeveel water zit er in een kip? En is er verschil tussen kippenvlees van de Appie en dat van de moslim?

Kip-moslim-etiketWe kochten bij de moslimslager 4 kippenbouten. Die wogen bij elkaar 2032 gram. Joekels dus.
Natuurlijk moet ervoor gezorgd worden dat er geen vet en water uit een margarine bijkomen. En gelukkig bereiden we al jaren de kip niet meer in de pan, maar in de oven. In een plastic zak.

Gerda trekt dan eerst het vel los en wrijft de kruiden in het vlees. Zo blijft de kruidensmaak niet beperkt tot het vel.
Daarna stopt ze ze in een braadzak en legt die in een ovenschaal. Na 5 kwartier is het vlees gaar, knipt ze de zak open en leegt hem in de ovenschaal.

Er is dan ook een hoeveelheid vloeistof uit het kippenvlees gekomen en dat vocht goot ik over in een maatbeker.
We zijn geen echte boutenkluivers en dus blijft er wel het een en ander aan vlees op de botten achter, maar we deden ons best om de botten zo kaal mogelijk te maken. Want zo konden we bepalen hoeveel van het totaalgewicht uit bot bestond. En alles bij elkaar leverde dat het volgende op:

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 358 gram.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De vloeistof die uit de kip is gekomen.

De grootste verrassing leverde de vloeistof op. Toen ik het een paar dagen de tijd had gegeven om te bezinken, bleek dat niet het vet bovenop dreef, maar het water. Dat donkere deel onder in de maatbeker is gestold kippenvet. Kijk maar:

Resumerend leverde 2032 gram kippenbout 358 gram botten op en bijna 250 ml vloeistof.
Voor het gemak reken ik een gram per milliliter. Dan is de hoeveelheid vlees op de botten 2032 – 358 – 250 = 1424 gram (ruwweg, want er was nog vlees op het bot achtergebleven en de vloeistofhoeveelheid is minder).
De hoeveelheid vet is 100 ml, dus de hoeveelheid water is ongeveer 150 ml.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van de moslimslager berekenen:
150/1424 x 100% = 10,5%
Het aandeel vet is 100/1424 x 100% = 7%

——————————————————

Kip-AH-etiketVoor meer geld kochten we bij Albert Heijn ook 4 kippenbouten, maar die wogen een stuk minder dan die van de moslimslager: 1573 gram.
Des te groter is de uitdaging: krijgen we dan ook meer nettovlees?

Gerda bereidde deze bouten op dezelfde manier en dat leidde na het eten ook tot soortgelijk afval: een bord met botten en een maatbeker met vloeistof.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

Botten op het bord. Het bord weegt 594 gram, dus de botten wegen 280 gram.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

De vloeistof die uit de AH-kip is gekomen.

Er lijkt beduidend meer vloeistof uit de AH-kip te zijn gekomen dan uit de moslimkip. Dat is niet erg, als de hoeveelheid vlees ook groter zou zijn.

Duidelijk is te zien dat er meer vet is vrijgekomen dan bij de moslimkip. En dat lilt ook een stuk instabieler:


Het kippenvet onder in de maatbeker is zo’n 140 ml en de hoeveelheid water schat ik in op 130 ml. Ik ga weer even uit van 1 gram per milliliter, dus dan is de hoeveelheid vlees aan deze kippenbouten 1573 – 280 – 140 – 130 = 1023 gram.

En nu kunnen we het aandeel water in het kippenvlees van AH berekenen:
130/1023 x 100% = 12,7%
Het aandeel vet is 140/1023 x 100% = 13,7%

——————————————————–

Ik had graag gezien dat er meer water in de AH-kip zou zitten dan in de moslimkip (gewoon omdat ik een vooroordeel heb over supermarktvlees), maar dat lijkt niet het geval. Ook bestaan de bouten bij beide winkeliers voor bijna 18% uit bot.
Wel zit er tweemaal zoveel vet in de AH-kip. Maar of dat een structureel verschil is, zou een extra test moeten uitwijzen.
En dan kun je je afvragen of het wel zo erg is dat er vet in het vlees zit. Vet is een smaakmaker.

Het feit dat er 10% water in het kippenvlees zit en dat dit niet op het etiket is vermeld, betekent dat het geen geïnjecteerd water is en dat het gewoon bij de kip hoort.

De moslimbouten bestaan voor 70% uit vlees en die van AH voor 65%. Kijk, dat is een hoog kippenboutrendement van de moslimbouten, vooral omdat de kiloprijs van AH bijna de helft hoger is.

Maar voorlopig lijkt het erop dat ik m’n vooroordeel moet herzien.

Lekker langzaam (Update 19 juli 2013)

zwartekipadvocaatVandaag was ik eindelijk toe aan de 4-meise wetenschapsbijlage van de Volkskrant. Ik probeer altijd wel zoveel mogelijk van de rest van de kranteninhoud te lezen, maar de zaterdagse bijlages kun je goed bewaren voor later.

Vlak voordat ik pagina V7 opsloeg, werd er aangebeld. Twee knulletjes van rond de 20 jaar stonden voor de deur. Ze leurden met de Telegraaf.
“Ik lees een krant, dus geen Telegraaf”, zei ik. Helaas begrepen ze de insinuatie niet.
“Welke krant, meneer?”
“De Volkskrant” repliceerde ik.
“O, precies het tegenovergestelde van de Telegraaf”, zei de ene. Hij had niet in de gaten hoe waar die opmerking in mijn ogen was.
En weg gingen ze, als jehova’s op weg naar de volgende voordeur. Met dit verschil dat een fatsoenlijke jehova tenminste nog bereid is om zijn voet op te offeren als die tussen de deur wordt geplet.

Mijn oog viel op een klein artikeltje over het oudste nog lopende natuurkundige experiment: druppelend pek.

In vaste toestand en bij kamertemperatuur is pek een harde stof. Zoals glas kun je het met een gerichte hamerslag in brokken meppen:

pitch slapMaar in tegenstelling tot glas blijkt pek wél een soort van vloeibaar. Dat is namelijk een eigenschap van bitumen. Maar het is zo hoog-viskeus dat het heel lang duurt voor je iets ziet dat op stroming duidt.

Australië, 1927. Op de universiteit van Queensland te Brisbane werkte professor Thomas Parnell een experiment uit. Hij bevestigde een glazen trechter in een frame en sloot de onderkant van die trechter af. Vervolgens goot hij verwarmde pek in de trechter en liet dit gedurende drie jaar settelen in die trechter.

In 1930 sneed hij de onderkant van de trechter open en ging zitten wachten tot de pek ging stromen.

Pitch_drop_experiment

Het duurde wel een tijdje voordat er iets gebeurde. Maar na een paar jaar vormde zich een langgerekte pekdruppel die in december 1938 losliet en op de bodem van het opvangglaasje viel.
In februari 1947 viel de tweede druppel en zo ging dat met een aardige regelmaat door. Zo ongeveer om de 8 jaar viel er een druppel.

Hoe langzaam dat gaat is te zien in het volgende filmpje. Een jaar aan druppelvorming is daarin samengevat in 10 seconden.


Er is uitgerekend dat deze pek 230 miljard keer ‘stroperiger’ is dan water bij deze temperatuur.

Het experiment is rijp voor een Ig Nobelprijs, wordt her en der geroepen. Maar het is wel degelijk serieus te noemen:


Na het vallen van de zevende druppel in 1988 heeft men een klimaatregeling geïnstalleerd, zodat de omstandigheden in de loop van de tijd wat constanter zouden zijn. Dat had meteen tot gevolg dat de achtste druppel niet na acht, maar pas na ruim twaalf jaar viel, op 28 november 2000.

Tel je die ruime twaalf jaar door, dan is het te verwachten dat de negende druppel een dezer dagen gaat vallen.
Aangezien niemand de vorige druppels echt heeft zien vallen, zijn er webcams op het experiment gezet. Als u zin heeft, kunt u op deze website live meekijken.

Spann0nd!

Update 19 juli 2013.

In Dublin loopt ook een experiment met een camera erop. En daar is vorige week donderdag 11 juli een vallende druppel geregistreerd op camera:

In Australië zijn ze nog aan het wachten.

Test: champignons zijn sponzen?

In de tijd dat ik me nog helemaal niet bezighield met de kwaliteit van voedselbereiding kon het me helemaal niet schelen hoe ik groente schoonmaakte. Gewoon alles schoonspoelen met water, en de aarde en het ongedierte spoelden vanzelf uit de etenswaren.

Het enige dat belangrijk was, was dat je eerst moest schoonspoelen en dan pas snijden, want niets is vervelender dan een halve naaktslak in de andijvie op je bord te vinden.

En dan opeens krijg je te maken met mensen die ‘het kunnen weten’. Schoonmoeder, echtgenote, kookvrienden. Allemaal hieven ze het vingertje: “Gij zult champignons niet afspoelen, maar afvegen”.
Dat mocht dan met een keukenpapiertje, maar er zijn ook speciale kwastjes om de champignons van de zwarte aarde te verlossen. Maar niet afspoelen, want champignons nemen heel veel water op. Champignons zijn net sponzen.

Al jaren had ik het in mijn kop zitten: “Dat zullen we nog wel eens zien!”
Ik wilde het gaan testen zodra ik champignons in huis had en elke keer vergat ik het.
Maar eindelijk herinnerde ik me dat voornemen vanmiddag, toen ik de champignons had gekocht voor de macaroni van morgen.

Tip: de champignons die oud zijn en bruine plekken hebben (en bij AH dus afgeprijsd zijn) zijn smaakvoller dan verse.

Testopstelling: een leeg champignonbakje en een elektronische weegschaal. Ik zette de weegschaal pas aan nadat ik het lege bakje erop had gezet.

Bakjeleeg

Vervolgens deed ik een aantal champignons in het bakje:

Champignons droog212 gram droge en schoongemaakte (met een keukenpapiertje) AH-champignons moesten de wetenschap gaan dienen.

Bakje vullen met water en me verbazen over het feit dat er ruim een pond water in zo’n lullig bakje gaat:

Champignons in water

Een uur later vond ik dat de champignons wel genoeg aan water hadden kunnen opnemen. Onder de kraan, tijdens het afspoelen, hadden ze minder kans gehad.
Ik gooide het bakje leeg en liet de champignons uitdruipen. Vervolgens woog ik het lege bakje om de weegschaal op nul te kunnen zetten en gooide de natte champignons erin.

Champignons met water228 gram. Dus de 212 gram droge champignons hadden in een uur tijd maar 16 gram water ‘opgenomen’. Ja, tussen aanhalingstekens, want de champignons voelden erg nat aan, dus veel water zat aan de oppervlakte en niet in de champignons.

Na het afdeppen van de natte champignons wogen ze nog maar 222 gram:

Champignons met water gedroogd

De mysterieuze 10 gram water denk ik te kunnen vinden onder de hoedjes van de paddenstoelen. Niet als geabsorbeerd water, maar als ingesloten water. Water dat alsnog zal verdwijnen tijdens het snijden.
Ik concludeer dan ook dat wat er door ‘kenners’ wordt beweerd:

Champignons zijn als sponzen

niet waar is.

Maar toen stelde mijn jongste zoon Wout een slimme vraag: hoeveel water neemt een spons eigenlijk op? Want anders kun je de vergelijking niet maken.
Ik pakte de natuurspons uit het keukenkastje en woog ‘m droog:

SponsdroogDe droge spons woog 8 gram.
Vervolgens maakte ik de spons doornat en liet hem uitdruipen tot het druipen stopte. En toen woog ik de natte spons:

SponsnatWat een leuk toeval: 108 gram. 8 gram natuurspons neemt 100 gram water op, dus ruim 12 keer zijn eigen gewicht. Dat is veel meer dan champignons opnemen.

Het is nu duidelijk bewezen: champignons zijn zeker niet te vergelijken met sponzen. De ‘kenners’ bazelen. Ze wauwelen elkaar na en doen geen enkele moeite om de ‘feiten’ te controleren.

Champignons nemen geen water op. Ik daag eenieder uit om mijn test te weerleggen.

Gertrud baut … ein Elektro-Gerät

Gerda is om de week een ochtend schooljuf op de basisschool bij ons in de buurt. Ze verzorgt daar lessen aan kinderen die wat beter presteren in de klas (meerpresteerders). Die kinderen krijgen van haar wat geestelijke en praktische uitdagingen buiten de gewone lessen om.

Vandaag heeft ze een elektromotor in elkaar geknutseld. En hij doetut! Nou moeten de kinderen die over anderhalve week ook gaan maken.

Gewoon mooi

Het principe is simpel: zorg ervoor dat het zwaartepunt onder het ophangpunt ligt en maak geen onbeheerste bewegingen. Dat principe zie je ook terug bij de fietsers die over een hooggespannen touw fietsen en waarbij het grootste gewicht zich onder het touw bevindt. Spectaculair gezicht, maar niet heel moeilijk om te doen.
Onderstaand kunstwerk wordt gerealiseerd door de stokken krom te maken en steeds langer, en te zorgen voor een zwaar punt aan het lange uiteinde.

Iedereen kan dit, als je maar het juiste, lichte materiaal hebt en de lichaamsbeheersing. Maar het is in mijn ogen een vorm van kunst. De manier van filmen heeft daar een belangrijke bijdrage in.

Opeens tijd zat

Na een paar jaar een bijzonder aangename website gefrequenteerd te hebben, besloot ik om daarmee te stoppen. De irritaties jegens de beheerders liepen op en daardoor groeide het besef dat ik wel wat beters te doen had.

KlokOp deze vrijdag de dertiende (volgens mijn atoomtijdgestuurde klok) besloot ik wat achterstallig werk uit te voeren. Een van die dingen was de computer van collega Peter virusvrij te maken.

Hij kocht in 2002 een HP-computer. Een hartstikke prachtapparaat met fantastische eigenschappen voor die tijd. Een Pentium 4, DVD-schrijver, veel geheugen … Afijn, leest u maar op de etiketten van deze HP Pavilion 763.nl: CompPeter
Peter is digibeet. En helaas was het ding in de handen van zijn toen jonge kinderen een speelbal. Waardoor alles aan ellende van internet werd binnengehaald. De kinderen waren toen pas ongeveer 12 jaar oud, maar ze wisten via iMesh en andere uitwisselingsprogramma’s zoveel ellende binnen te halen, dat ik elk half jaar de computer moest schoonmaken. Niet omdat ik het aanbood, maar omdat ik Peter erg mag en hem graag uit de brand hielp zodra hij mij weer eens met een hopeloze blik aankeek.

Tot 2008. Toen was ik het zat. Zijn kinderen zouden nou toch weleens een keer oud en wijs genoeg moeten zijn om niet alle vinkjes aan te klikken of juist op te moeten letten dat er dingen ongevraagd kunnen worden meegeïnstalleerd.
En laat ze anders hun eigen computer kopen om te vernielen, zei ik tegen hem.

Maar hij is de goedmoedigste man die ik ken en hij laat zijn kinderen dan ook gewoon doorgaan met het ‘vernielen’ van zijn oude bakbeest. En zo heb ik eind 2009

voor de allerlaatste keer

zijn computer helemaal op orde gemaakt en de allerlaatste waarschuwing gegeven: “Ik doe het nooit meer! Je kinderen moeten nu wel een keer beter weten.”

Dus toen Peter vorige week vertelde dat zijn computer werd gegijzeld door het bekende politievirus,

politie-virus

wist ik genoeg: hij vroeg impliciet of ik alsmeblieft toch niet nog eens naar zijn computer wilde kijken. En ik kon het weer niet over mijn hart krijgen om te weigeren. Omdat hij het was.

Na een halve dag scannen kwamen er 14 virussen tevoorschijn:

Virussen

Maar dat was niet alles, want de firewall van Windows XP werd nog steeds geblokkeerd. Alle oplossingen die ik op internet kon vinden werkten niet en toen bleef er maar één middel over: Combofix. En die viste er nog het nodige aan ongein uit:

Combofix

Ik ben nu de laatste scan aan het draaien en het ziet er goed uit. Ik ben blij dat ik Peter weer uit de brand heb kunnen helpen.

Voor de allerlaatste keer …

Evolutie is geen breien

Citaat van de dag van 4 december:

Levende wezens worden geselecteerd op eigenschappen die het voortbestaan bevorderen, niet op eigenschappen die prijzenswaardig zijn maar anderzijds volstrekt nutteloos. Een jachtluipaard dat zichzelf een mooie trui kan breien, met blauw-rode banen en pompeblêden, maar dat door een te zware lichaamsbouw geen succesrijk jager is, zal niet blijven voortbestaan,- hoe hoog de kunst van het breien voorts ook wordt aangeslagen onder jachtluipaarden.

De Lachende Theoloog op zijn weblog.

Een ontspannen penis staat rechtop (en andere weetjes)

Op mijn werk noemen ze me soms WikiPieter, omdat ik dol ben op weetjes. En dan vooral weetjes die mensen op het verkeerde been zetten, doordat ze dachten dat het anders was.

Stijve piemel, ochtenderectie

Het mannenlid is in ontspannen toestand stijf en staat fier overeind. Een slappe penis is dus niet de staat waarin het lid wil verkeren.

Een gezonde man wordt ’s ochtends nogal eens wakker met een stijve piemel: de ochtenderectie. Ook wel ‘ODOL’ genoemd: Ontzettend Dikke OchtendLul.
En als er ochtendseks uit volgt, dan heet het ook wel Ontzettend Dikke OchtendLol.

Waarom heb je wel een erectie als je ligt te slapen, maar niet automatisch als je seksueel moet presteren? Waarom moet je eerst opgewonden raken om seks te hebben, maar als je ligt te dromen, staat ie rechtop en heb je er niets aan?

Dat komt door ons zenuwstelsel. En niet zomaar een zenuwstelsel, maar het onwillekeurige zenuwstelsel.
Het mannelijk geslachtsdeel staat in wakkere toestand automatisch ‘aan’, ook zonder seksuele prikkels. Maar twee gebieden in de hersenstam zorgen ervoor dat die erectie geen stand houdt. Via zenuwbanen, die via het ruggenmerg door het bekken naar de penis lopen, regelen die gebieden dat de penis gewoonlijk slap is.

Maar tijdens de remslaap zijn die gebieden geblokkeerd en dan kan het geslachtsdeel opeens zijn gang gaan. Mensen hebben gedurende hun slaap vijf tot zes van die remperioden, die elk ongeveer 20 minuten duren. Al die tijd houdt de erectie aan.
Meestal merken mannen daar niets van, maar tijdens de laatste remslaap, in de vroege ochtend, worden ze sneller wakker. Door de wekker of dat een auto voor het huis staat te starten. En dan merken ze opeens die erectie op.
Wie ontwaakt zonder erectie, was dus voor het wakker worden niet in een remfase.

Organen die weinig worden gebruikt, functioneren minder. Kennelijk heeft de natuur het zo geregeld dat er ’s nachts regelmatig doorbloeding van de penis plaatsvindt zodat verval uitblijft. In slappe toestand zijn de bloedvaten erg nauw. Maar overdag is een erectie nogal lastig en onhandig. Het valt niet mee om achter je prooi aan te jagen met een stijve piemel.

Vrouwen hebben ’s nachts ook erecties, maar dan in miniformaat. De clitoris is een zwellichaam dat op dezelfde wijze wordt gereguleerd als het mannelijk geslachtsorgaan en ook reageert tijdens de remslaap. Het gaat om een minimale zwelling die vrouwen, zelfs bij het ontwaken, vermoedelijk niet zullen opmerken.

Wortels zijn goed voor je ogen

Ja, dat kregen we altijd te horen als we de worteltjes niet wilden eten. En dat wordt ook nog eens met wetenschap onderbouwd. Wortels zijn namelijk rijk aan bèta-caroteen, dat in het lichaam wordt omgezet in vitamine A of retinol. Een tekort aan vitamine A veroorzaakt onder andere nachtblindheid.

Maar dat betekent nog niet dat je door extra veel wortelen te eten de ogen van Superman krijgt. Het betekent alleen maar dat je door een tekort aan die bèta-caroteen minder goed in het donker kunt zien. Het verbetert niet je zicht, maar een tekort kan je zicht wel verslechteren.

Dat je beter gaat zien door veel wortels te eten is een gevolg van de uitvinding van de radar, vlak voor de Tweede Wereldoorlog.
De Engelse piloten schoten in de Tweede Wereldoorlog dankzij de radar heel veel nachtelijke Duitse bommenwerpers en jagers uit de lucht. Om te voorkomen dat de Duitsers gingen zoeken naar het waarom van hun verliezen, verspreidden de Engelsen het verhaal dat hun piloten fenomenaal zicht hadden omdat ze veel wortels aten. In werkelijkheid wilden ze hun geheime wapen, de radar, verborgen houden.

Van spinazie word je sterk

Wie kent hem niet, Popeye de zeeman? Altijd in gevecht met Brutus en Wimpy om de gunsten van Olijfje. In het heetst van de strijd weet hij een blik spinazie uit zijn binnenzak te toveren, deze open de knijpen en de spinazie naar binnen te werken. Hierdoor krijgt hij enorme krachten, waardoor hij de vijand verslaat en het meisje wint.

Popeye zwoer zijn lievelingsgroente wel een keer af. In een serie radioprogramma’s, in het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw, putte hij zijn kracht opeens uit ontbijtgranen. De reden: de sponsor van de uitzendingen was een fabrikant van ontbijtgranen.
De ontrouw bleek van tijdelijke aard. Popeye bleef een spinazieman. Zijn tekenfilms waren niet compleet zonder gezongen geloofsbelijdenis:

I’m Popeye the sailor man
I’m Popeye the sailor man
I’m strong to the finish
Cause I eats me spinach
I’m Popeye the sailor man.

Waarom juist deze groente? Een verhaal wil dat de tekenaar zich zou hebben gebaseerd op een wetenschappelijke vergissing. In 1870 zouden onderzoekers het ijzergehalte van spinazie hebben vastgesteld en daarbij een komma verkeerd hebben gezet, waardoor het gehalte tien keer zo hoog uitviel als het was. In werkelijkheid verschilt het ijzergehalte in spinazie niet van dat in andere bladgroente. Pas in de loop van de jaren dertig zou de fout ontdekt zijn, maar toen was Popeye al bekend geworden met zijn spinaziegebruik.

Geleerden die dit verhaal natrokken, konden geen bewijzen vinden. Bovendien bleek Popeye zelf nooit te verwijzen naar het ijzergehalte. Hij attendeerde zijn lezers wel soms op de aanwezigheid van vitamine A.

Ook in oude boeken over geneeskunde (ca. 1910) vindt men de bewering terug. In het begin van de 20e eeuw raadden artsen sommige planten aan als ijzerhoudende moeskruiden en op die wijze goed voor de gezondheid: radijs, spinazie en zurkel.

In de 16e eeuw kon Rembert Dodoens het begrip bloedarmoede (mogelijk ijzertekort) nog niet relateren aan voedsel.
Nylandt meende in zijn publicatie van 1682 zelfs dat het eten van spinazie ‘grof bloed’ deed ontstaan en dus niet goed was.

In de 17e eeuw werd aangenomen dat je ‘ijzergebrek-anemie’, of ‘chlorosis’, kon bestrijden met het eten van spinazie of het eten van vlees. En aan het einde van de 19e eeuw werd dit door wetenschappers bevestigd en daardoor opgenomen in de tekenfilmpjes met Popeye die zijn kracht uit spinazie haalde. Dat deed niet alleen de verkoop van spinazie in Amerika met 33% stijgen maar de hele westerse wereld werd van de ijzerhoudende krachten van deze groente totaal overtuigd.

Artsen raadden in de jaren 1960 nog steeds het eten van spinazie aan bij bloedarmoede.

Het geheim zit hem echter niet in het ijzer, maar in de nitraten die volop aanwezig zijn in spinazie. Uit onderzoek blijkt dat deze stof de mitochondriën effectiever maakt. Mitochondriën voorzien onze cellen van energie. Spinazie werkt dus als een soort brandstof voor je spieren.
Vervolgonderzoek zal gedaan worden naar de toepassing van deze kennis op bijvoorbeeld diabetespatiënten en mensen met hart- en vaatziekten. Zij zouden baat kunnen hebben bij het regelmatig eten van spinazie, omdat hun mitochondriën slecht functioneren.

Solved at last – why spinach makes us strong, zo luidt de titel van het persbericht van het Karolinska Institutet (Stockholm Zweden). Onderzoekers hebben het drinkwater van muizen verrijkt met nitraat. Een week lang. Ze hebben daarna de spierfunctie vergeleken met die van muizen die geen (extra) nitraat binnen kregen.

De muizen die nitraat hadden ingenomen hadden veel sterkere spieren. Het gaat dan om een hoeveelheid, in een maat voor de mens van 200 à 300 gram verse spinazie per dag. Of twee à drie bieten.

Het grootste verschil werd geconstateerd in de zogenaamde extensor digitorum longus-spier, de “tenenspier” die de tenen doet krommen en strekken [middenin de voet, op dit plaatje]. En in de flexor digitorum brevis, die aan de onderzijde van de voet zit.

De muizen die nitraat tot zich hadden genomen bleken een hogere concentratie van twee eiwitten (proteïnen) te hebben, CASQ1 en DHPR. Die worden gebruikt voor het opslaan van calcium, dat op haar beurt weer nodig is voor het samentrekken en loslaten van spieren. Het zijn (dus) met name de zgn. witte spiervezels die krachtiger worden: zij zijn er voor de grote krachttoeren. De zgn. rode spiervezels worden voor de alledaagse inspanning en uithoudingsvermogen.

“Vanuit het oogpunt van voeding is onze studie interessant, omdat de hoeveelheid nitraat die de spierkracht van de muizen vergrootte relatief laag was”, zegt dr. Andres Hernández, onderzoeker bij de afdeling Fysiologie en Farmacologie. “Vertaald naar de mens betekent dit dat we door gewoon een meer vegetarisch dieet al sterker kunnen worden. Er zijn momenteel geen voedingssupplementen met nitraat.”

Als dokters staken, overlijden minder mensen

Je zou verwachten dat er juist meer mensen sterven wanneer artsen staken en mensen daardoor verstoken blijven van medische zorg, maar het omgekeerde is waar. Er zijn tal van voorbeelden die deze bewering ondersteunen.

In 1973 staakten de artsen in Israël gedurende een maand. In die maand daalde het sterftecijfer met 50%.

Een paar jaar later zorgde een artsenstaking van twee maanden in Bogota, de hoofdstad van Columbia, voor een daling van het sterftecijfer met 35%.

Tijdens een langzaamaan-actie van artsen in Los Angeles liep het aantal sterfgevallen met 18% terug.

In alle gevallen bereikte het sterftecijfer onmiddellijk het oude niveau nadat de artsen weer volledig aan het werk gingen. Een eenduidige verklaring voor het fenomeen is er vooralsnog niet.

Rekenen

In mijn werk ben ik ook belast met het opleiden en inwerken van nieuwe mensen. Ik krijg daarbij te maken met een willekeur aan personen: van LBO- tot en met WO-niveau.

Het werk bestaat uit periodiek machine-onderhoud en het is voor het onderhoud belangrijk om te weten hoeveel zo’n machine de afgelopen periode heeft gedraaid.
We houden daarvoor lijsten bij met tellerstanden. Dat zijn cijfers die te vergelijken zijn met de kilometerstand van een auto. Een machine houdt die cijfers ook bij.

Ik had een paar jaar geleden een jongen van 16 jaar, vers van de MAVO (TL heet dat tegenwoordig) en van plan om HAVO te gaan doen. Hij wilde uiteindelijk naar de HTS.
Je mag dan wel wat theoretische kennis op het gebied van rekenen verwachten van zo’n knaap, maar dat was een faliekante misrekening van mijn kant.
Niet alleen bleek hij het lezen van woorden als ‘cilinder’, ‘systeem’ en ‘invoer’ niet machtig, maar hij bleek ook niet in staat om twee getallen van elkaar af te trekken.

Tegenwoordig wordt heel makkelijk het woord ‘dyslectisch’ in de mond genomen als een kind niet goed kan lezen. Dat zal in veel gevallen ook wel waar zijn. Maar een puber die dyslectisch is, kan meestal wel aardig rekenen. Het is het verwijt aan het huidige onderwijs: er wordt te veel nadruk gelegd op talen en het begrijpen van teksten (de alfa-richting, heet dat), waardoor de rekenkundige vaardigheden van bèta-kinderen niet naar boven komen. En zo kan een briljante rekenaar blijven zitten omdat hij zware onvoldoendes heeft voor leesvakken als geschiedenis en talen. Vakken die hij toch niet zou hebben gekozen in zijn vakkenpakket.

Ik pleit er dan ook voor om bij de algemene opleidingen wel alle vakken te geven in de onderbouw, maar vakken niet zo zwaar mee te wegen bij de beoordeling als duidelijk is dat die niet horen bij de pakketkeuze voor de Tweede Fase (oftewel de bovenbouw).

Maar hoe zit dat nou met die jongen? Nadat ik hem een aantal keren wat eenvoudige basisschoolsommen had laten maken, was hij in staat om getallen tot 1000 van elkaar af te trekken. Hij leek het te begrijpen, maar helaas ging het mis toen de getallen richting 100 miljoen gingen en dat zijn nou net de getallen waarmee hij in het werk te maken zou krijgen. En dat kreeg hij niet onder de knie.
En omdat hij ook slecht las en niet makkelijk begreep wat er in de onderhoudslijsten stond, heb ik deze aardige jongen moeten vertellen dat we hem niet konden gebruiken.

Een paar weken geleden kreeg ik een 19-jarige VWO-er. Ik vond dat ik daarvan wel kon verwachten dat hij 52.523.958 probleemloos zou kunnen aftrekken van 52.872.568. Helaas. 8 – 8 en 6 – 5 gingen nog, maar toen kwam hij bij 5 – 9 en daar ging het mis.

Gelukkig kan hij wel goed lezen, dus we gaan het maar proberen.

Dupuytren-pink (vervolg)(vervolg)(vervolg)(vervolg 5 april 2013)

Afgelopen vrijdag ben ik door de chirurg geholpen aan mijn kromme pink.
Ik had hem van tevoren verteld over de slechte ervaring van de vorige keer. Toen had zijn voorganger mijn pink zo ver naar achteren gebogen dat de kootjes een jaar lang pijn hebben gedaan.

Kennelijk had hij zich dit aangetrokken, want hij werkte redelijk voorzichtig. Hij is zo’n 10 minuten langer bezig geweest.
Toch prikte hij twee keer in de pinkzenuw, waardoor ik nu, vijf dagen later, nog steeds het gevoel heb dat m’n pink ‘slaapt’. Hopelijk gaat het over.
Ook ontstonden blauwe plekken rond de plaatsen waar hij had geprikt. Een teken dat hij toch aardig tekeer was gegaan.

Afijn, dit is het ietwat teleurstellende resultaat:

Ik moet me een vingerhuls met ingebouwde spalk laten aanmeten door de ergo-afdeling van het ziekenhuis. Deze kan ik dan ’s nachts over de pink schuiven, waardoor de pink wat rechter wordt geforceerd.

Ik ben benieuwd.

UPDATE 14 oktober 2012. Die vingerhuls is een hele constructie geworden:


Ik moet dit apparaat vijf weken lang ’s nachts gaan dragen. Voor overdag heb ik een driepuntsspalk. Deze moet ik toepassen op de momenten dat ik even niets doe met mijn handen.
Ik mag beide spalken bij elkaar opgeteld niet langer dan 15 uur per dag dragen. Als ik ze langer draag, gaat dat ten koste van het buigen van de pink en functioneert deze daardoor juist slechter.

Na die vijf weken is de werking van de ingespoten corticosteroïden afgelopen en zal er geen verdere verbetering meer optreden.

UPDATE 15 november 2012. Vandaag het eindgesprek met de chirurg en de ergotherapeute gehad. Ze waren beiden bijzonder enthousiast over het resultaat na vijf weken spalk. De chirurg was zelfs een beetje verbaasd dat het zo mooi was geworden.

Ziehier de pink op 6 oktober, één dag na de behandeling met corticosteroïden:

En hieronder het resultaat op 15 november, na vijf weken spalk:

Mooi hè?

Ik kreeg het advies mee om de spalken nog zes weken te blijven gebruiken en daarna het gebruik af te bouwen. In één keer stoppen mag niet, want het lichaam moet wennen aan het niet-gebruik van de spalken. Dus 1 nacht wel – 1 nacht niet, 1-2, 1-3, 1-4, 1-5.

Onderzoek heeft aangetoond dat de spalken nog een half jaar na de behandeling kunnen helpen bij het rechthouden van de pink. Wat er na dat half jaar gebeurt en of de spalken dan nog zin hebben, is niet bekend.
Waarom is dat nuttig om te weten? Omdat door het ‘settelen’ van het littekenweefsel gedurende een half jaar de pink krom kan raken, zonder dat sprake is van terugkerende Dupuytren.

Praktisch komt het erop neer dat ik tot eind dit jaar de spalken blijf gebruiken zoals ik die de afgelopen vijf weken heb gebruikt en daarna ga kijken of ik ze nog nodig vind.
Ik heb geen last van ze, dus ik denk er nu al aan om ze gewoon nog tot april volgend jaar te blijven gebruiken.

De pinkzenuw doet nog wel vervelend. Hij is gevoelig over de hele lengte van de pink en soms lijkt de pinktop te slapen. Het kan nog maanden duren voordat dat over is, is me beloofd.
Afijn, ik zie wel. Ik heb er niet zo’n last van en alles went. Een kromme pink is stukken vervelender.

UPDATE 4 januari 2013. Plof. De afrekening van de verzekering valt op de mat. Inclusief bijna alles (mijn eigen reiskosten 4x Almere-Hilversum v.v. zitten er niet bij) kosten deze behandelingen 1087,75 euro.
En aangezien ik mijn eigen risico van 220 euro nog niet ten volle had ingevuld, wil Delta Lloyd 150,89 euro van mij terughebben. Alstublieft dankuwel.

Resumerend bestaat de totale behandeling uit vier bezoeken:
1. Intakegesprek met de plastisch chirurg.
2. Daadwerkelijke behandeling van de pink door de plastisch chirurg.
3. Aanmeten en fabriceren van de pinksteun door de ergotherapeute.
4. Eindgesprek met plastisch chirurg en ergotherapeute.

UPDATE 5 april 2013. Sinds twee weken is de pink weer bezig met kromtrekken. Niet heel erg krom, maar ik merk dat ik de pink niet meer kan strekken.
De pinkspalk draag ik nu weer om de nacht om de pink recht te dwingen. Ondanks dat heb ik toch het idee dat het erger wordt.

Ik neem me voor om een volgende keer niet meer deze injectie-oplossing te kiezen, maar te laten opereren. Want dan is er meer kans dat de kwaal een paar jaar wegblijft.